Megasnoek 151

Megasnoek 151
 
Door Co Sielhorst
Daar denk ik mooi mee weg te komen. Geen winter zoals de laatste twee jaren met drie maanden vorstverlet. Tot afgelopen week zit ik nog te zwijmelen bij het eerste speenkruid. Ook in de tuin gebeurt van alles om vrolijk van te worden.
 
Zo vrolijk…
 
Een flinke pol winterakonietjes, een soort bolgewas met grappige gele bloempjes en stervormige blaadjes, is ieder jaar de voorbode van betere tijden. Nu wordt aan al dat moois ruw een eind gemaakt. Niet dat die plantjes het niet overleven, die komen net zo vrolijk weer onder de sneeuw vandaan als het begint te dooien. Het midden van het land wordt het zwaarst getroffen; de voorspelde vijf centimeter is al rap vijftien centimeter geworden.
 
Vrijdag, de zware sneeuwdag is de warmste dag van de week. Minus twee graden. Ik heb de plannen om op die dag toch te gaan vissen in de ijskast laten staan. Ik kan waarschijnlijk bij drie van de vier plassen niet eens in de buurt komen. Nare hellingen, dijk op dijk af, het is maar zeer de vraag of ik er kan komen. Ook niet onbelangrijk, kan ik er ook weer wegkomen? De enige plas die bereikbaar kan zijn is de hondenplas. Maar om daar te komen moet ik een stuk snelweg rijden. Dat wordt dus ook niets. Er staat in het begin van de middag al achthonderd kilometer file in ons landje.
 
Als een getergde tijger loop ik door de kamer te ijsberen. Ik ben bang dat heel veel water dichtvriest. Donderdag heb ik een boodschap gedaan. Even naar de kaasboerderij. De staldeuren die altijd open staan, zitten dicht. Bang dat de melk bevriest zeker… Bijna alle sloten zijn dichtgevroren. Op één plek waar kwelwater uit de rivier een siervijver instroomt, ligt helemaal geen ijs. Hier vriest het bijna nooit dicht. Ach, wat zit ik nou te dromen. Ik ga toch niet in een slootje vissen, vier meter breed, langs een drukke weg, dwaas. Verderop is duidelijk te zien hoe snel de ijsgroei in de beschutting tussen de huizen is verlopen. Op een ondiepe vijver staan zelfs al schaatssporen.
 
Ik ga zaterdag kijken hoe het er voor staat. De wegen zijn weer redelijk te berijden, zeker zolang de zon erop schijnt. In de schaduw zitten hier en daar wel wat linke plekken. Ik doe rustig aan. De verre plas kan ik al vanaf de snelweg zien liggen. Wat een schok… het zit helemaal dichtgevroren. Heel even overweeg ik nog om het smalle weggetje op te gaan om aan de waterkant te gaan kijken. Ik doe het niet. De sneeuw is stevig platgereden op het bolle wegdek. Een klein stuurfoutje lijkt me genoeg om in de sloot te schuiven. Er wonen maar twee boeren langs smalle weggetje. Die zijn hier heus wel op voorbereid.
 
Op naar de uiterwaardenplas. Ook hier hoef ik niet helemaal naar de waterkant. Vanaf een afstand zie ik schaatsers op het ondiepe zwemgedeelte. De hondenplas dan. Hier moet ik helemaal naar de waterkant. Er is niet gestrooid. De weg naar het water is breed en mooi vlak. De sneeuw is tot een strak pad aangereden. Glijdend en glibberend krijg ik een soort slipcursus.
 
De moed zakt me in de laarzen. Ook hier een enorme ijsvlakte. Ver uit de kant houden honderden eenden het water in beweging. Dit water is gemiddeld even meer als twintig meter diep. Ik weet zeker dat al het andere water nu ook dicht zit. Eén keer eerder heb ik hier ijs gezien. Door de harde wind ligt het de volgende dag alweer op het pad gefrommeld. Net als kruiend ijs op de afsluitdijk, maar dan in een miniatuuruitvoering.
 
Bij min zeven heb ik er zitten vissen. Ik herinner me nog dat Dick belde. “Ik kom morgenmiddag langs met erwtensoep.” Ik zit vreselijk te blauwbekken als ik de rode Honda het parkeerterrein op zie draaien. Een twee literblik in de ene tas, een gasbrander in de andere tas. Het is snel gedaan met de voorpret. De gasbrander is met geen mogelijkheid aan de praat te krijgen. Gas bevroren. “Ik had hem beter niet in de garage kunnen laten staan,” zegt Dick. Dat knakt mijn weerstand. Binnen een uur zit ik in de auto met snerpende pijn in mijn tintelende vingers.
 
Er schiet me iets te binnen. Jaren geleden heb ik een soort elfstedentocht gemaakt. Ook toen was ik op zoek naar water. Alle plassen dicht, ondanks de stroom ook niets te beleven in de polder. Ik raak steeds verder van huis. Kom uiteindelijk aan de Waal terecht. Het water staat laag en is vies bruin. Hier heb ik geen zin in. Ik geef het op. Neem wél de toeristische route naar huis. Wie weet heeft er nog een gemaaltje gedraaid. Niet dus. Helemaal nergens open water te vinden.
 
Grillige structuren van sneeuwduintjes op de grauwe ijsvlakte. Hoog opgewaaid wit langs het riet. Overal witte kilte. Ik kom in de buurt van een stek waar ik eerder machtig grote voorns heb gevangen. Er stroomt een waterzuivering de rivier op. Volgens de tekst van het waterschap is dit het schoonste water van de wereld. Van grote afstand zie ik ze al. Meerkoeten, heel veel meerkoeten. Ook wat aalscholvers en enkele zaagbekken en futen zijn druk aan het duiken.
 
Ik heb alles bij me dus ik heb binnen een paar minuten een dobber langs de ijsrand staan. Het duurt niet lang. Beweging. De veroorzaker komt met mijn sardien in de bek boven. Een fuut. Rustig strak draaien, ik wil absoluut geen fuut vangen. Het beest ziet er vanaf en laat mijn sardien vallen. De dobber gaat weer staan om vrij snel hierna weer te verdwijnen. Nu krijg ik forse weerstand. Een aalscholver gaat met mijn vis ik zijn bek op de wieken. Ik heb nog nooit iets in de lucht staan drillen. Vreemde sensatie. Gelukkig laat ook dit gevogelte mijn sardien vallen. Ik vervang de zwaar toegetakelde aasvis voor een verse.
 
Voor de derde keer binnen tien minuten schuift mijn pen weer weg. Nu richting ijsvloer. Ik draai strak en probeer te voelen wat eraan hangt. Nee, jubelt het door me heen. Geen vogel! Het wordt een hele deftige knokpartij. Even later glijdt er een zwaargebouwde metersnoek tussen de mazen.
 
Er is in die februarimaand geen visdag voorbij gegaan zonder één of meerdere metersnoeken. Ik durf het niet te hopen, maar ik weet wel waar ik eerst ga kijken voor ik het helemaal opgeef. Vanavond maar weer ouwe koeien uit de sloot halen…
 
Ouwe koeien…


ANDEREN LAZEN OOK

image description
Co Sielhorst stopt met wekelijkse column Total Fishing
Total Fishing Import -
image description
Megasnoek 166
Total Fishing Import -
image description
Megasnoek 165
Total Fishing Import -