Staaltje natuurgeweld. Snoek en snoekbaars vechten zich dood

Staaltje natuurgeweld

door Frans Vogelsang

Soms heb je van die winterdagen dat het ideaal weer is om lekker buiten te wandelen, en als sportvisser doe je dat natuurlijk het liefst in de nabijheid van water en dan vooral kijken of je nog een leuke visstek tegenkomt. Er zijn immers maar weinig dingen in het leven waar je meer plezier aan kunt beleven dan een zelf gevonden visstek, vooral als die dan ook nog eens een goede vangst oplevert.

Zo was het dus ook ongeveer 2 maanden geleden, een mooi winterzonnetje en weinig wind. De temperatuur was net een paar graden onder nul, er was wat sneeuw gevallen en hoewel het al een paar dagen gevroren had was het water nog grotendeels open. De plaats van het gebeuren: een natuurpark genaamd de “De Merwelanden” gelegen in de Dordtse Biesbosch, een waterrijk gebied met tal van watertjes die allemaal met elkaar in verbinding staan.

                       


“Er viel me op dat er bij de snoek iets uit zijn bek stak…”

Lopend over een dijkje zag ik daar een kolossale snoek in het water liggen en mijn teleurstelling was groot toen ik zag dat de vis dood was. Mijn eerste gedachte was dat de snoek, omdat hij er zo stevig uitzag, slachtoffer geworden was van een ondeskundige; een slager; of in ieder geval een “niet-sportvisser”. Ik ging op nader onderzoek uit, die snoek moest amper een dag geleden dood zijn gegaan. Het viel me op dat er bij de snoek iets uit zijn bek stak en heb de snoek vervolgens naar de kant toegehaald en aan zijn kieuwen uit het water getrokken. Toen werd het me allemaal duidelijk. De snoek was gewoon gestikt, hij had zich vergrepen aan een prooi die te groot voor hem was.

Ik ben een dag later terug gegaan met een meetlat en fototoestel, om de resultaten van het dodelijke gevecht te vereeuwigen. De maten: Snoek 110 cm en haar prooi de snoekbaars 83 cm. Het lijkt haast onvoorstelbaar dat een snoekbaars van 83 cm als prooivis kan eindigen. De doorsnee sportvisser die het probeert om Essox aan de haak te krijgen is gauw geneigd om met mooie aasvisjes van 15 cm tot 20 cm op pad te gaan. Maar vooral ’s winters als de reactie trager is en een roofvis zeer spaarzaam met zijn energie moet omgaan heeft een grote aasvis meer kans, want immers bij een grote aasvis zijn zowel de pakkans als voedingswaarde vele malen hoger. Ik ben ervan overtuigd dat een snoek in de winter daarom meer selectief zijn maaltijden uitkiest. En met een flinke prooi is de voorraadkast langer gevuld zodat hij passief kan overwinteren. Bij deze snoek waren de ogen groter dan zijn mond, maar de gretigheid die was wel aanwezig of zou de snoekbaars gewoon te dicht in het paaigebied van de snoek zijn gekomen. Vragen die we nooit zullen weten…

                       


“Zonde dat beide vissen dit met de dood moesten bekopen…”

Ik voelde me wat treurig bij de aanblik van die twee grote dode vissen, het overleven van de sterkste is er hier niet bij en het lijkt wel een foutje van de natuur. Het is zonde dat de twee vissen het uiteindelijk allebei met de dood moesten bekopen. Als vanzelf probeer je dan nog de heftigheid voor te stellen van de strijd die zich in de koude donkere diepte moet hebben afgespeeld. Stel je voor, de snoekbaars levend aangegrepen in de verstikkende bek van de snoek. En daarna moest glasoog ook nog eens gedraaid worden om vervolgens met zijn kop vooruit in de muil van de snoek te verdwijnen. De snoek merkte waarschijnlijk al na een paar schrokken dat hij een fatale fout had gemaakt, maar door zijn naar achteren gerichte tanden kon hij zijn fout niet meer herstellen, glasoog zat stevig vast. De snoek kon zijn prooi niet meer uitspugen en doordat de snoekbaars zijn kieuwen nu niet meer kon gebruiken was voor hem ook het einde aangebroken. Wat een minidrama op die kleine koude stek langs het water…

Samen met een met een toegesnelde parkwachter nam ik plechtig afscheid van het robuuste tweetal met hun trieste relaas….