Speedjiggen op de Noordzee

Speedjiggen op de Noordzee

door Bennie Muizelaar

De laatste paar jaren is het speedjiggen een ware hype geworden. Overal op de wereld waar zich diep onder de waterspiegel grote vissen schuilhouden tegen riffen en andere structuren, sloven sportvissers zich uit met hun korte jighengels. En grijpt een rifbewoner het kunstaas, dan ontspint zich een keiharde, heel directe strijd. Bennie Muizelaar vraagt zich af of dergelijke speedjigs het bij ons ook zo goed zullen doen. Op de wrakken bijvoorbeeld.

Laten we eerst eens kijken wat voor een soort kunstaas zo’n speedjig nu eigenlijk is. In Zeehengelsport 3/2007 beschreef Bert van Heerde deze spectaculaire visserij onder de titel ‘Japanese jigging’; inmiddels is de term ‘speed jigging’ ingeburgerd geraakt. Ik kan u dat zeer informatieve artikel overigens ten zeerste aanraden, daar Bert heel precies in stappen heeft beschreven hoe je de zogenoemde ‘assist hook’ bevestigt, die deze ‘pilker’ z’n aparte karakter geeft.

Een speedjig is qua vorm namelijk een variatie op onze vertrouwde pilker. Vooral de manier waarop de haak aan het kunstaas is bevestigd, is echter radicaal verschillend. Vrijwel alle modellen pilkers zijn voorzien van een forse dreg, die onder het zwaartepunt van de pilker aan het uiteinde is bevestigd. In de regel doormiddel van een splitring. De pilker wordt dus aan de bovenkant aan de lijn bevestigd en onderaan zit de haak. Bij een speedjig daarentegen hangt de enkele haak aan een stukje gevlochten kevlar- of draconlijn bovenaan de pilker, op de plaats waar ook de hoofdlijn is bevestigd. Die haak bungelt dus als het ware naast de pilker.

Pilkervissen
Het vissen met pilkers is oorspronkelijk afkomstig uit Scandinavië. In vrijwel iedere boot die je vindt langs de Noorse kust ligt ergens wel een haspel met 150 meter heavy duty nylon en aan het eind een stukje chromen buis of een visvormig stuk lood met daaraan een forse dreg. Dergelijke pilkers worden gebruikt in diep water en zijn daarom zwaar, tot ruim 500 gram aan toe.

Toen begin jaren ‘80 bij ons dankzij de introductie van betaalbare visvinders en gps de wrakvisserij op kwam, werd in eerste instantie vooral met natuurlijk aas gevist, met zeepieren. Al snel bleken echter ook pilkers effectief, met name wanneer er niet zo heel veel stroom staat en je de pilker dicht tegen het wrak kunt krijgen. Op onze relatief ondiepe Noordzee zijn niet van die zware gewichten nodig als in Scandinavië en de eerste jaren werd er gevist met pilkers in gewichten zo tussen de 150 en 300 gram. Aangezien de in Scandinavië fabrieksmatig geproduceerde pilkers relatief duur zijn -en je er bij het wrakvissen de nodige verspeelt- werd veelal gevist met in huisvlijt vervaardigde zeer simpele modellen.

Een met lood volgegoten stuk chromen buis van bijvoorbeeld een stoelpoot voldeed namelijk uitstekend. In die eerste jaren, toen er nog volop nauwelijks beviste wrakken te vinden waren, zat er vaak dermate veel gul rond zo’n wrak dat er voedselnijd ontstond en de vissen werkelijk alles grepen wat bewoog en hun voor de bek kwam.
Dat is tegenwoordig helaas heel anders. Vandaar dat er nu gevist moet worden met kleinere, op attractieve wijze binnengeviste pilkertjes, wil je nog een gul of zeebaars willen vangen…
Maar goed: nog even terug naar die allereerste dagen van de pilkervisserij in de Lage Landen.

Lesje effectief pilkeren
Zo’n dikke 15 jaar terug viste ook ik met van die zware, plompe en uiterst simpele pilkers. En ik ving er zo goed gul mee op onze Noordzeewrakken, dat ik dacht de Hoge School van het pilkervissen volledig onder de knie te hebben.Tijdens mijn deelname aan het befaamde jaarlijkse Codfestival in Helsingborg was ik op uitnodiging van Belgische visvrienden te gast bij een Zweedse vriend om de competitie aan te gaan met de 800 sportvissers (!) die daar elk jaar de strijden voor een aandeel van de begeerde prijzentafel.

De tweede dag van dit festival had ik het geluk om bij onze Zweedse vriend aan boord te staan. Tijdens de eerste wedstrijddag had er een werkelijk gierende stroming in de Öresund gestaan en de meeste deelnemers waren voor de tweede wedstrijddag nog op zoek gegaan naar superzware pilkers. Het standje van de lokale hengelsportzaak in de haven deed dan ook extreem goede zaken. Mijn verbazing was dan ook groot dat ik Lars eenmaal aan boord een serie handgemaakte pilkers van maximaal 200 gram zwaar uit zijn tas zag toveren, die onderling in gewicht nauwelijks zo’n 15 gram van elkaar verschilden.

Mijn vraag was dan ook direct hoe hij daarmee dacht te kunnen vissen in de gierende stroming van de smalle doorgang tussen Denemarken en Zweden. “Wacht maar af!”, zei Lars.
Na het klinken van de Scheepshoorn ten teken dat we konden beginnen met vissen, ging Lars heel rustig en geconcentreerd aan het werk. Terwijl alle andere vissers hun zware pilkers met een noodgang richting bodem stuurden, liet hij zijn pilkertje dansen. In alle rust, zonder de stress van al zijn driftig pompende buren. En met regelmaat ving hij mooie grote vissen.

De volgende drift vroeg hij of ik zo’n lichte pilker van hem zou willen gebruiken. Nadat ik dit aanbod vanzelfsprekend met open armen had aanvaard, gaf hij mij bij het volgende signaal van de scheepshoorn aan nog even te wachten met ingooien. Hij wees in de richting van de brug en het scherm van de fishfinder die door de zijruit nog net zichtbaar was. Na enkele seconden kwam op dat scherm een duidelijke kuil in beeld, waarop hij me zei de pilker te laten zakken.

De verklaring was even duidelijk als logisch. Op de Öresund verblijven de paairijpe grote kabeljauwen juist in deze kuilen, waar ze minder hoeven te vechten tegen de gierende getijdenstroming. Die paailustige vissen kunnen hun energie wel beter gebruiken! Aangezien zijn zelf ontwikkelde pilkers in deze stromingsarme zone nog wel een attractieve actie vertoonden, waar dat met die zware pilkers volstrekt onmogelijk was, wist juist Lars vis te vangen. En dat niet dan één keer bij wijze van incident; reeds vele jaren viste hij zich samen met zijn broer in de top 20 van deze grootste kabeljauwwedstrijd van de wereld.

Leergeld
Maar goed, na dit uitstapje naar de ons zo bekende pilkervisserij kom ik bij de speedjigs die de aanleiding waren voor dit artikel. Naast vele modellen klassieke pilkers, kom je tegenwoordig in speciaalzaken ook de eerste speedjigs tegen en hoofdredacteur van Zeehengelsport Peter Dohmen vroeg mij een tijd geleden om eens wat van die speedjigs te testen bij ‘onze visserij’ op de Noordzee en te proberen een objectief eerste oordeel te geven over het al dan niet bruikbaar zijn van deze vismethode op de wrakken voor onze kust.

Niet veel later was ik inderdaad in de gelegenheid om met een groepje testvissers vanaf mijn toenmalige charterboot ms. Joint Venture te vissen met de Butterfly speedjig, een heel speciaal model jig met in tandem gemonteerde assist hooks, dat op de markt wordt gebracht door Shimano.Na het ankeren op de gewenste afstand van het eerste te bevissen wrak werden de hengels klaargemaakt voor het speedjiggen.

Dat zijn andere stokken dan de bekende korte, wat stijve pilkerhengels. De testvissers gebruikten fijne, korte en snelle stokjes, met daarop een high speed reeltje of een snelle Stellamolen met gevlochten Dyneema. Aan die hoofdlijn monteerden we een 80 lb voorslag uit fluorocarbon, waaraan doormiddel van een kleine lus met Rapalla knoop zo’n Butterfly werd gemonteerd.Ik moet zeggen: de actie van dit bijzondere kunstaas zag er wat je noemt spectaculair uit. Reeds na vijf - zes snelle halen had de testvisser echter het contact met zijn jig verloren en bij het bovendraaien werd duidelijk dat de kleine lus door de hevige klappen die deze te verduren kreeg van aanvallende gullen gewoonweg was doorgesneden, ondanks het gebruik van de 80 lb fluorocarbon voorslag.

Toen opnieuw een Butterfly jig op dezelfde wijze werd gemonteerd, had ik dus zo mijn bedenkingen! En natuurlijk: het duurde dit keer weliswaar ietsje langer, maar na een aantal snelle jogbewegingen werd ook deze Butterfly geparkeerd op de bodem van de Noordzee. Maar ja, je betaalt nu eenmaal altijd leergeld. Met een behoorlijk prijskaartje daaraan, want dergelijke speedjigs zijn zachtjes gezegd niet goedkoop…
Nadat we de speedjig hadden gemonteerd via een dubbel doorgehaalde kunstaasknoop, bleek het probleem overigens opgelost en vingen we diverse mooie zeebaarzen en kabeljauwen.

Maar of dat er méér waren dan we met ander (kunst)aas zouden hebben gevangen?
Nadien hebben we als test voor dit artikel diverse soorten speedjigs gebruikt tijdens de gulvisserij op de wrakken. Het afgelopen voorjaar waren er eindelijk weer eens mooie aantallen op de wrakken aanwezig en van een zeer behoorlijk formaat. En dan werkt kunstaas op z’n best.De resultaten waren zondermeer goed en er zijn zeker voordelen te noemen van het gebruik van deze speedjigs. Daarover zo meer.
 
Over het nut voor de zeebaarsvisserij kan ik helaas amper nog wat zinnigs zeggen. Die was dit voorjaar namelijk zeer matig, met uitzondering van een heel enkele dag, waardoor we de speedjigs voor deze visserij nog niet uitgebreid aan de tand hebben kunnen voelen. Wellicht kan ik daarop echter ‘ooit’ nog verder terugkomen.

Voordelen en techniek
Een voordeel van zo’n speedjig is de snelheid waarmee je dit kunstaas dankzij de speciale vorm en de verdeling van het zwaartepunt naar de bodem kunt dirigeren. Bovendien kun je zo’n speedjig ook tijdens een hevige stroming prima onder controle houden en vertoont dit kunstaas duidelijk meer actie dan een volgegoten stoelpoot of een klassieke staafpilker. Deze eigenschappen bieden duidelijke voordelen op dagen met veel stroming, zoals die bijvoorbeeld optreden rondom springtij.

Het haken van een vis blijkt met de enkele haak geen probleem en deze zogenoemde assist hook biedt daarbij wél het voordeel dat de gevangen vis nagenoeg altijd vooraan aan de zijkant in de bek gehaakt zal worden en derhalve makkelijker onthaakt en desgewenst teruggezet kan worden. Het is echter ook zo dat de specifieke actie waarvoor deze speedjigs zijn ontworpen (zeer diep water) op onze relatief ondiepe Noorzee naar mijn mening niet specifiek meer kabeljauw zal opleveren dan het pilkeren op de klassieke wijze.

Je vangt met speedjigs gul, da’s zeker. Maar niet meer of minder dan met een ‘gewone’ pilker…
Een vraag van Peter Dohmen was verder of ik naar mijn idee met zo’n enkele aan de bovenzijde van de pilker gemonteerde haak minder vast was komen te zitten. Ook die vraag durf ik nog niet met een duidelijk ja of nee te beantwoorden, aangezien ik deze toch wel prijzige stukjes kunstaas slechts heb durven gebruiken op ‘schone’ wrakjes, obstakels waarvan ik bij ervaring weet dat we er niet al te veel komen vast te zitten.
Zelf vis ik overigens ook regelmatig met klassieke pilkers waarvan ik de dreg heb vervangen door een enkele haak met hierop een twister.

En daarmee heb ik al wél de ervaring dat ik dit kunstaas vaak heb weten los te krijgen door de spanning op de lijn te verhogen en plotseling weer te laten schieten. Zo’n enkele haak komt daarbij naar mijn idee inderdaad makkelijker los dan een zware dreg. Hierbij wil ik overigens een ieder oproepen om te vissen met een correcte combinatie van hoofdlijn/voorslag, zodat je niet onnodig lange stukken lijn verspeelt. Met al die verspeelde lijnen spinnen we als het ware een web over de wrakken, om daar vervolgens zelf in verstrikt te raken… 

Conclusies
Al met al durf ik beslist nog geen definitieve conclusies te trekken met betrekking tot het gebruik van speedjigs. In de tropen is deze visserij een absolute topper en zorgt het jiggen op de diepgelegen riffen voor uiterst spectaculaire momenten.

Op onze ondiepe Noordzee zijn de omstandigheden echter totaal verschillend en komen de specifieke eigenschappen van dit ‘nieuwe’ kunstaas beslist aanmerkelijk minder tot hun recht. Wie het eens zelf wil proberen, raad ik aan op een visrijk wrak eerst aan de gang te gaan met gewone pilkers, om vervolgens pas als er daadwerkelijk vis wordt vangen en er geen pilkers worden verspeeld, de speedjigs in te zetten. Anders wordt het al gauw een kostbare aangelegenheid!

 

  Deze reportage en diverse andere opnieuw

 weer zeer 
lezenswaardige artikelen over o.a.

 het vissen op de massaal aanwezige wijting

 en een verkorte cursus ankeren,
 kunt u

 terugvinden in de eindejaarsuitgave  2008 

 van Zeehengelsport, dat verschijnt rond

 12 december 2008.




Voor meer informatie over o.a. aantrekkelijke  abonnementsaanbiedingen:  Klik hier!


 


ANDEREN LAZEN OOK