Peuteren op veenplassen

Peuteren op veenplassen

Door Michel Verlaak

Jezelf een weg banen doorheen zwaar begroeide plasjes, gebukt onder takken die zich uitbundig uit oevers storten; dat maakt van het gebied een toch wel erg apart biotoop. Liefst met een simpel werptuigje in de hand wordt je overmeesterd door een unieke sfeer die elders haast niet valt te evenaren.

Je zintuigen worden wat ze altijd horen te zijn; scherp met een grote honger naar avontuur! Elke vierkante meter binnen dit waterbos kan namelijk een snoek opleveren! Eindeloos veel worpjes kun je hier plaatsen, altijd weer kort en nauwgezet, net zolang totdat de schemering er een eind aan maakt.


Je komt in een ongeëvenaard mooie omgeving. 

Van een beperkte selectie aan topstekken, zoals je ze op een grote plas geregeld aantreft,  is hier geen sprake. De overdaad aan natuurlijke obstakels en dus schuilplaatsen voor de snoek is immens en dat maakt de voorspelbaarheid alleen maar nog geringer! Het hele gebeuren verloopt iets kleinschaliger, maar niettemin vaak intenser, vooral als het om vangsten met liefst lichter materiaal te doen is.

Ik wens op geen enkele manier u te beroven van die  memorabele droom, maar voor een megasnoek kun je dit terrein het beste inruilen voor het ruime sop! Het gaat op dit type water hoofdzakelijk om de sport, eerder om aantallen dan om afmetingen. En als u zich met dit uitgangspunt kunt verzoenen, dan zal er beslist een heel bijzondere band ontstaan met een veenplas!


Veenplassen zijn als geschapen voor het vissen met streamers.

Saai?

De gemiddelde diepte van een veenplas lijkt voor velen benauwend gering, het snoekgeweld dat eruit kan losbarsten, is echter een pure sensatie! Wél vaak vergezeld van koppige mishappers én geraffineerde volgers. Niet zelden die bejaarde veenbakken - uiteraard!

Compleet van de melk sta je daar dan ineens te staren, in dat kleine streepje water, als onverwachts een lange, brutale schim met vinnen zijn opwachting maakt en de hele linke boel de rug toekeert! Het hoort er allemaal bij. Sterker nog, het gebeurt met zulke grote regelmaat dat zo’n dag veensoppen zelden als saai kan worden bestempeld! Het aantal visjes dat je hier desondanks geregeld ter hand neemt, doen die vaak lange, taaie dagen op het grote water vanzelf wel vergeten.


En soms loopt er een grote vis doorheen.

Een betrouwbaar stel roeispanen is simpelweg voldoende om de boot tot in de kleinste gaatjes te parkeren! Of natuurlijk een elektromotor. Het is in elk geval voor mij telkens een verademing om het pk-geweld eens van de boot te laten!

In mijn toch al niet te grote boot vind je gelukkig zelden te veel spullen. Een snelle spinhengel, gewoon lekker ouderwets, met een vermogen tot een gram of 15 is echt niet verkeerd. Daarnaast ben ik intussen ook alweer een behoorlijke tijd verslingerd aan het vliegvissen op snoek.


Voor de plasjes kiest de auteur voor de vliegenhengel. 

Als het, gelet op de omstandigheden, even kan, kies ik bij voorkeur voor een vliegenhengel. Je weet wel, een pittige vliegenlat die een flinke pluk bucktail met bont kan wegzetten. En zo af en toe plan ik ook wel eens voor het gemak een dag, waarop ik uitsluitend met lichte jerkbaitjes vis. 

Om enigszins succes te garanderen in zo’n veengebied is een geplande aanpak overigens wel een must! Ik kies daarom mijn hengel niet enkel in functie van het type kunstaas. Het wordt vaak onderschat, maar het kan helpen om van hengel te wisselen, wanneer bijvoorbeeld de structuur van het water erom vraagt. Je doorkruist op veenplassen vaak een labyrint met lange tochten en talloze zijslootjes die op hun beurt weer uitmonden in kleine plasjes.


Door een nauwe doorgang op zoek naar nieuw avontuur.

Erg wisselende structuren, waarvan je ook de onooglijk lijkende plekken echt niet zo maar achteloos mag laten liggen! Ik zal bijvoorbeeld eerder vliegvissend te werk gaan op die plasjes, terwijl de spinhengel zijn voortreffelijke werk doet onderweg, naar die open plekken toe. Vaak moet ik dan door een nauw doorgangetje met barricades van natuurgeweld dat het werpen erg bemoeilijkt.

Hét uitgelezen  moment, lijkt mij, om met de spinhengel accuraat een streamer te plaatsen! Met een korte, strakke zwiep plaats ik nu eenmaal sneller haarfijne worpjes! Wat op groter water slechts een minuscuul krasje lijkt, vormt nu een hele strook vangpotentie als je het relateert aan de omvang van dit water.

Duwt daarbij een lichte kabbel tegen je boot, dan kun je zo uiterst traag driftend secuur de kantjes tot diep onder de takken uitkammen! En daar licht beslist menig groenjas op de loer! Elk plukje van afstervend groen dat zich her en der verraadt, kan duiden op een wachtende snoek!

Mijd ook niet die dichte netwerkjes van veenwortelstronken die je vaak naar het midden toe van die poeltjes aantreft! Met een deugdelijke anti-wierstreamer pluk je zomaar een kast van een snoek uit dit takkenspel!

Happig!

Een creatie die je uiteraard zelf ook makkelijk kunt bedenken, is bijvoorbeeld een streamer die ik voor het gemak even het ‘veensnoepje’ noem. Deze verleider huppelt probleemloos als een jigje door de dichtste vegetatie! Ik bind hem op een 7/0  haak van Owner, een superscherpe keelhaak met code 5110-171. Het bouwsel zit betrekkelijk eenvoudig in elkaar. Als staart past hier voortreffelijk een bundeltje van ranke saddle hackles.


Veensnoepje.

Om het neerwaarts kantelen van de haaksteel te bevorderen, wikkel ik een looddraadje rond de steel in de buurt van de haakbocht. Nu zal de punt van de haak zonder aarzelen, naar boven gericht door het water gaan. Een bijkomend voordeel van die loodverzwaring is dat je de streamer net dat kleine extra gewicht meegeeft dat vooral voordelig uitpakt als je met de spinhengel werpt. Haarfijne strakke worpen, weet je nog?

Je kunt hem trouwens even makkelijk met je vliegenhengel werpen als met de spinhengel! Lekker handig! Goed, laten we vlug even verder binden? Dus dat staartje zit! Oh ja, die saddle hackles zijn kwetsbaar, dus af en toe sneuvelt er een aantal. Dat geeft niet, die actie is nu eenmaal heerlijk mooi!

Met een hackletje minder zal deze streamer echt niet zomaar van de menukaart verdwijnen bij snoekmans! De dan volgende bucktailtoefjes houd ik trouwens vrij dun en ze worden strak achter elkaar, vanaf de bocht tot het knikje van de haak, mooi opstaand ingebonden. Je krijgt zo een haagje van toefjes dat optimaal je haakpunt bedekt. Nu dat kleine stukje, achter die knik tot het oog nog.

Middels een klein knobbeltje bindgaren bind ik eerst een plukje bucktail in dat strak opwaarts gericht is. Vervolgens werk ik dit af met een tinseltje en enkele wikkelingen van een goede crosscut-gesneden bondstrip. Achter dit kraagje volgen twee oogjes die met grote pupillen staan te gluren in een bolletje epoxyhars. Laat de rest maar aan de snoek over om te oordelen!


Gemiddeld formaat.

De keuze om de bucktail verticaal in te binden, is gedaan om de zijdelingse zichtbaarheid te vergroten. Een bewuste keuze dus. De geringe waterdiepte dwingt de snoek namelijk om ook zo veel mogelijk zijdelings prooivissen waar te nemen.

Volgens mij kan het opstaande silhouet helpen om meteen in het oog te springen bij een snoek. Een streamer voor het grote water daarentegen mag gerust in de breedte fors uitwaaieren! Daar kan de snoek met gemak vlot vanuit de diepte vele meters overbruggen om een hooggeviste streamer weg te slurpen!

De kleur doet er in wezen weinig toe. Die zal wellicht altijd een discussiepunt blijven. Toch een suggestie? Roze bucktail, afgewisseld met witte strookjes, werkt vaak als een magneet! Zeg maar terecht een typische veenkleur als je het mij vraagt! Wil je met meer spektakel aan de slag om een veensnoek aan de tand te voelen, grijp dan eens naar Dé Roofvis 57 en geniet van enkele geweldige creaties die Ad Swier zoal te water laat!

Over spektakel gesproken; als je een jerbait inzet, kies dan zo’n klein nerveus dingetje. Een goede getrouwe voor mij is zonder twijfel nog steeds de ‘dr. Dré’ die je zeer gevarieerd kunt vissen. Snel zigzaggend met korte vinnige tikjes of lekker traag, schaatsend net onder het wateroppervlak. Een klein, niet al te zwaar en vinnig glidertje, waar niet alleen ikzelf, maar ook de snoek verzot op is!


Vergeet vooral die kleine jerkbaits niet!

Je hoeft dus absoluut niet te staan harken met een bezemsteel. Een lichte jerkbaithengel werkt  hier uitstekend. Een tweede vaste waarde waarmee ik erg graag mag peuteren, is beter bekend als het ‘Druppeltje’ , een klein, venijnig killertje! Voor de toch meestal niet al te grote snoekjes is dit een weidelijk jerkbaitje, omdat er slechts één dregje gemonteerd is. Prettig meegenomen dus!

Bovendien kun je dit kleine ding perfect werpen met je spinhengel! Vooral met een geplastificeerde staaldraad is de actie er goed in te tikken. Je tikt gewoon ritmisch de spinhengel met neerwaartse bewegingen en dat kleine ‘gevaar’ blijft dan beslist niet lang onaangeroerd! Ook best prettig meegenomen als je met een beperkt aantal hengels op pad gaat.

Als de dooi zijn intrede doet

De natuurlijke diversiteit aan waterplanten die je op veenplassen aantreft, is werkelijk fenomenaal! Bedenk dan ook dat je pas met een hengel redelijk uit de voeten kunt vanaf december, als de meeste waterplanten verdwenen zijn. Vorst speelt hierbij een belangrijke rol. Als het meestal luwe veenwater bedekt ligt met ijs, kun je echter niet anders dan aftellen tot de dooi intreedt.

En juist vlak nadat het ijs verdwenen is, zul je echt topdagen kunnen beleven! Zelfs wanneer het laatste kraagje ijs nog niet geheel van de oever verdwenen is, kan het echt al rammelen van de actieve snoek! Alsof de vraatzucht bedoeld is om zich te wapenen tegen een nieuwe periode van vorst die zich wellicht weer aandient.


Als het ijs praktisch weg is, kun je hoogtijdagen beleven!

Maar wat het weer ook brengt, ik kan me hier telkens vermaken! Ook u zal snel die ervaring delen. Beslist wel! Zeker wanneer die kleine gevleugelde vriend, vermomd als een blauwgroen kegeltje, langs je flitst en plots op een tak gaat zitten. Of let eens op de tentakels van de bomen die je omarmen.

Alsof ze met houtskool rond je boot en op de waterspiegel zijn getekend! Kortom, geniet van deze bijzondere natuurweelde! Want je zult snel ervaren dat die befaamde laatste worp van de dag telkens weer wordt uitgesteld. Je krijgt gewoon niet genoeg van dit gepeuter!

Michel Verlaak

Dit artikel en veel meer interessante roofvisartikelen vindt u in Dé Roofvis 76, die 12 februari verschijnt.

Meer informatie vind je op www.hengelsporthuis.com