Cassiën, het Mekka                   der karpervissers (deel 6)

Cassiën, het Mekka der karpervissers (deel 6)
 
Door Luc Coppens
 
Zuid en west

Met een uitgebreide kennis van de zuidarm en de westarm zou de volgende trip een succes kunnen zijn. De investeringen in materiaal en in tijd zouden nu maar eens uitgebreid terugbetaald moeten worden en de volgende trip werd al gesmeed, voor de derde keer dit jaar. Begin oktober werd gekozen en Urbain zou me terug vergezellen voor een twee weken lange sessie. Hoge verwachtingen dus dit keer, alles werd nog een keer op scherp gezet tijdens de weekends in België en de karpers zouden nu te maken krijgen met een totaal voorbereide en supergemotiveerde karperjager!

Tijdens mijn junitrip had ik me de kunst eigen gemaakt de job volledig zelf te klaren en daarmee bedoel ik dat ik mijn lijn -in tegenstelling tot alle andere karperaars- helemaal alleen op de stek ging leggen. Boeien behoorden tot het verleden sinds de dag dat andere karpervissers mijn stek verstoorden, net op het moment van een aasperiode omdat ze uit nieuwsgierigheid wilden weten waar en op welke dieptes ik viste. Natuurlijk is dat een makkelijke manier om achter een goeie stek te komen maar of je dan van voldoening kan spreken is een andere zaak. Feit is dat deze wanhopige vissers dat niet eens als een probleem zagen.

Bij het uitvaren vertrouwde ik volledig op de koers via mijn visvinder. Ik durf gerust te zeggen dat dit een van mijn sterke punten was: het terugvinden van dezelfde stek op het open water was geen probleem. Eenmaal op mijn stek aangekomen speurde ik naar een paar vierkante meter met weinig obstakels en liet het zooitje gedisciplineerd zakken. Bijvoeren werd in een zelfde beweging gedaan. Terugvaren met in één hand de hengel en met de andere hand de elektromotor besturen was een delicate zaak. Eén enkele hapering betekende dat je lood werd verschoven wat er meestal in resulteerde dat de blote boiliehaak achter een obstakel geprikt zat en dat je een run voor de komende 12 uur wel kon uitsluiten! Zelfs ‘s nachts na een aanbeet werd dit ritueel herhaald. Als richtpunt diende een klein lampje dat ik aan mijn bivvy bevestigd had om te kunnen zien waarheen ik terug moest keren. Hoe verleidelijk het soms was om maar snel de warme slaapzak op te zoeken in de koude nacht zullen de meeste internetters die al tot hier geraakt zijn wel weten. Maar ik maakte geen uitzondering en voer de rig trouw terug op de stek.


Eenzame dril van een Cassiën-gigant

Zonder boeien werd het een stuk moeilijker voor de nieuwsgierige medevissers, maar toch zijn er altijd brutale mensen die het niet kunnen laten om pal voor je neus je stek eens uit te zoeken. Probeer dan maar eens kalm te blijven…


De zuidarm

Deze trip koos ik ervoor om in de zuidarm te starten. Na enig overleg kies ik het smalle stuk van de Y en mijn maat gaat voor het brede stuk waar een enorm plateau in het midden van het water ligt. Ikzelf leg een hengel op een plateau van 4.5 meter, zo’n 120 meter uit de kant. Het is niet groter dan 8 vierkante meter en eromheen loopt het snel af naar dieper water. Mijn andere hengels verdeel ik op dieptes tussen de 4 en 7 meter. De eerste dag voer ik 5 kilo tijgernoten en 150 boilies. We wachten af. De eerste nacht en de eerste dag gebeurt er niets maar dit scenario ben ik al gewend op Cassiën. De stek lijkt echter wel uitgestorven. Om de tweede nacht in te gaan voeren we helemaal niets bij temeer omdat we de eerste dag genoeg gevoerd hebben.

Om 1 uur ‘s nachts krijg ik een trage run op mijn hengel die op het plateau ligt. In volle maan steven ik op de vis af. Eenmaal boven de vis aangekomen lucht het me op als ik geen obstakels voel. Enkel de kalme trage stoten van de op zijn gemak wegzwemmende vis zijn voelbaar en aan de vorm van de dril besef ik al dat het hier om een zware vis gaat. Op verschillende momenten lijkt de hengel vast te zitten maar de minieme zwembewegingen verraden dat er beweging in het gevaarte zit. Ik zie het trouwens dankzij de volle maan aan mijn lijn die traag zigzaggend door het water snijdt. Minstens 40 minuten gaan voorbij in alle stilte, terwijl ik klappertand van de zenuwen en de kou.

De vis begint diepte te verliezen en ik kan af en toe een kolk in zicht krijgen. Op een gegeven moment zwemt de vis langszij en het enorme silhouet in het maanlicht maakt me gek. ‘Het is niet waar’, denk ik, ‘weer een monstervis!’ De karper is nog niet van plan om het op te geven en duikt nog een paar keer de diepte in. Ik mag er niet aan denken dat hij losschiet maar kan het niet laten. Plotseling, heel even, ligt hij daar in het oppervlak met één oog te kijken van ‘waar blijf je nou’. Terwijl ik ze enkele slokken water en lucht tegelijk hoor smakken steek ik het net eronder en wanneer het spreidblok haar neus raakt til ik de zaak omhoog. Even lijkt het alsof de staart op de rand van het net blijft liggen maar als ik nog iets hoger til zakt de vis verder het net in. ‘Jij bent de mijne’, roep ik en snel vaar ik naar de richting van de stek.


Oude bekende…


Lederkarper

Ik kon het amper geloven maar terwijl ik de enorme lederkarper uit het net verlos herken ik deze direct als de 57,5 ponder van mijn eerste Cassien-trip. Het wegen van de vis brengt nog eens uitsluitsel. Ze is slechts 2 ons aangekomen op anderhalf jaar tijd. De foto’s worden nadien vergeleken om alle twijfel weg te nemen. Alles wordt opnieuw gemonteerd en de nacht verloopt verder in alle stilte. Bij het eerste daglicht maken we snel een paar foto’s en laten we de machtige leder gaan: een vis met een verleden; één van de originele Cassiën-vissen met verschillende namen, gegeven door vissers die ze ooit wisten te vangen.

Twee nachten zijn ondertussen voorbij en we hebben slechts één aanbeet gehad. We besluiten nog één nacht te blijven. Het zekere voor het onzekere nemend ga ik ‘s avonds in de eerste duisternis naar de westarm om met mijn boot te gaan verkennen. Ik kijk waar we de laatste keer goed gevangen hebben en of de stek vrij is. Ook neem ik 10 kilo boilies met me mee. Na twee uur ben ik terug en meld mijn maat dat de stek vrij ligt en dat ik de boilies verspreid heb over de hele lengte van het plateau. Als er deze nacht weer niets gebeurt dan verkassen we bij het eerste daglicht.


Nog tien dagen!

Om 9 uur ‘s morgens zitten we beiden in onze volgestouwde boot en haasten ons naar de westarm. We wachten niet langer op de vis maar gaan er zelf naar op zoek. Het verkassen en alles opnieuw opstellen vreet tijd en een paar uurtjes voor donker zijn we weer paraat voor de komende nacht. Het is nog maar net donker en verschillende vissen springen al op de voerplek. Dit beloofde al wat en het kwam ook uit als we gezamenlijk de eerste nacht vijf aanbeten krijgen. De grootste vis is een hoge dertiger voor mijn maat en na een hectische nacht, zitten we vol goeie moed aan het ontbijt te speculeren over wat er nog kan gebeuren. We hebben immers nog tien dagen te gaan en er springt volop vis op onze stek!

We besluiten de vis op onze stek te houden en voeren de 25 kilo tijgernoten gedurende deze dag zodanig verspreid dat de vis minstens enkele dagen op de stek moet blijven om alle nootjes op te ruimen, en het werkt! De volgende nacht is het een gekkenhuis, de eerste uren springen ze volop en pas wanneer het stil wordt komen de eerste runs. Vanaf dit moment is het non-stop actie en komen de runs op onvoorspelbare momenten. Mijn maat is om proviand als ik een run krijg, op de middag. De vis maakt een diepe indruk op me als ik na een tijd drillen het machtige lichaam naar boven zie komen in het heldere water. De enorme plakkaten met luchtbellen die hij laat ontsnappen tijdens de dril typeren een gigant. Alles komt tot een goed einde en terug naar de kant varend besef ik weer een veertiger in het net te hebben. Dit keer is het een schubkarper van 42 pond en 4 ons. De vangst is niet onopgemerkt gebleven en andere vissers die het gebeuren gadegeslagen hebben komen naar me toe. Pierre, die ondertussen het nieuws opgevangen heeft, komt de vis ook bekijken en vertelt me dat ik de grootste schub van Cassiën gevangen heb totnogtoe. Ikzelf besef het nog niet allemaal.


Schitterende Cassiënschub…


Volgende run

Als mijn maat arriveert maken we direct foto’s en moeten we de fotosessie vroegtijdig afbreken voor de volgende run. Nog totaal nat van een fotosessie in het water sta ik weer met een kromme hengel in mijn handen. Het kan niet meer op nu en de runs volgen elkaar snel op. Mijn maat krijgt ook de nodige actie maar heeft nog geen geluk met het formaat. De runs blijven komen en weer vang ik een schitterende vis. Het is er een van 46 pond. Mijn maat heeft nog steeds ‘geen geluk’ maar vangt twaalf vissen op rij waarvan de grootste 38 pond blijkt te zijn. Eindelijk, de laatste nacht, komt er ook voor hem nog een veertiger aan de kant. Ja, deze trip was Cassiën ons goed gezind! We konden terugblikken op 35 runs en 32 gevangen karpers.

Nu zat het jaar erop wat Cassien betreft. De rest van het seizoen vis ik verder in België.