Cassiën, het Mekka der karpervissers                   (deel 1)

Cassiën, het Mekka der karpervissers (deel 1)
 
door Luc Coppens
 

De rollen zijn omgekeerd omdat verscheidene factoren ervoor zorgden dat ik meer aandacht ben gaan besteden aan de roofvis, iets waar ik eerder niet aan toekwam door gebrek aan tijd. Tijdens het observeren in mijn karpersessies kon ik uren geboeid naar andere hengelsportbeoefenaars zitten kijken en me volledig in hun wereld inleven. Ik zag echter ook dat veel karpervissende collega’s hun neus optrokken voor een mooie snoek of bijvoorbeeld amper in de gaten hadden dat verderop een Franse specialist dertig grote baarzen wist te vangen op een vliegenhengel. Toch is mijn passie voor het karperen niet verdwenen en als het zou moeten zou ik binnen het half uur gepakt en gezakt paraat kunnen staan om een trip naar Frankrijk te kunnen maken. Door gebrek aan tijd zit dat er echter niet in.

Speciaal voor Total Fishing ben ik een paar jaartjes terug in de tijd gegaan en neem ik jullie mee naar het befaamde St. Cassiën in Zuid-Frankrijk. Ik zal hierbij enkele goed bewaarde handigheidjes uit de doeken doen en enkele stekken bespreken waarbij zowel de Frankrijkganger als de thuisblijvende karpervissers hun voordeel mee kunnen doen. Verwacht van mij geen ingewikkelde super-rigs want die heb ik nooit gebruikt op Cassiën. Ondanks de enorme hengeldruk op dit water, vond ik het overdreven hoe sommigen daar hun energie in staken en vervolgens de belangrijkste factoren over het hoofd zagen. Tevens heb ik een selectie proberen te maken van niet eerder gepubliceerde foto’s van mijn mooiste veertig- en vijftigponders die ik tijdens mijn diverse trips wist te overmeesteren.


De eerste keer

Het was 1988 toen ik in een magazine verschillende foto’s zag van de karpers uit Cassiën en als de dag van gisteren herinner ik me de eerste shots van Kevin Maddocks, Geof Kemp en Kevin Ellis. Onder de indruk van deze kolossen die dik boven de veertig pond wogen werd er een trip gepland naar het zuiden van Frankrijk. Wanneer die gasten zoveel grote karpers kunnen vangen, dacht ik toen, dan zal het mij toch ook wel lukken om misschien een dertigponder te vangen en met een beetje geluk… Tot op dat moment had ik niet echt ervaring met het grote water en was gewend op kleinschaliger terrein te vissen zoals vestingen en kreken waar ik de karpers redelijk naar mijn hand wist te zetten. Dertigponders waren in mijn wateren echter taboe en tot op heden zijn ze er ook nog niet gevangen.

Mijn enige informatiebron over Cassiën was een artikel van twee bladzijden waarvan de helft van de ruimte gevuld werd door de indrukwekkende foto’s. Als transportmiddel zou ik een camper huren waar lekker veel materiaal in gestouwd kon worden en van een goede vriend mocht ik een plastic opblaasbootje gebruiken. Boilies had ik ook genoeg; de 60 kg knikkers zou ik goed droog bewaard wel even twee weken vers kunnen houden.


Niet toereikend

Ik zal het maar gelijk bekennen en toegeven dat ik ondanks het feit dat ik bij eerste aanblik onder de indruk was van dit fantastisch meer, er snel achterkwam dat ik niet de ervaring had en mijn materiaal niet toereikend genoeg was om deze trip tot een succes te maken. De boilies waren na vijf dagen in het warme weer beginnen bederven in de plastic zakken. Ook bleek nergens een plek te zijn waar ik de camper op een veilige manier zou kunnen achterlaten en daardoor was ik zeer beperkt in mijn stekkeuze. Mijn budget destijds was nog niet toereikend om een visvinder aan te schaffen wat achteraf bekeken een van de belangrijkste attributen bleek. Aan nachtvissen durfde ik me niet te wagen in die tijd. De verhalen die de ronde deden van brutale ‘rangers’ die al je spullen in beslag namen als ze je betrapten, hadden daar zeker een aandeel in. Na enkele dagen van proberen hield ik het voor gezien en gaf ik mezelf geen kans. Ik begon aan de terugweg die me hopelijk op een kleinschaliger en overzichtelijker water zou brengen waar ik mijn eerste Franse vissen zou vangen. Onder de indruk van Cassiën bleef het maar door mijn hoofd spoken dat ik een revanche wilde. Tijdens mijn vijf dagen ervaring had ik genoeg gezien en had ik al een beter idee van wat ik de volgende keer nodig zou hebben.


Grenzen verlegd

Terug in België dacht ik bij mezelf dat het maar eens gedaan moest zijn met die kleine wateren en ik begon aan een speurtocht die me op een Belgisch meer van 35 hectare deed terechtkomen.



Een eerste wandeling rond dit meer deed me watertanden en een vergelijking, weliswaar veel kleiner dan Cassiën, werd direct gemaakt. Grenzen werden verlegd en dagelijks zou ik 120 km afleggen om mijn stek aan te voederen of om te vissen. Dit ging zo door van begin maart tot eind november zonder ook maar een dag te missen. Het water waar destijds een goede populatie van hoge twintigponders en enkele mooie dertigers aanwezig waren werd mijn leerschool. Bijna obsessief geïnspireerd door de prachtige spiegels was ik Cassiën even vergeten. Anderhalf jaar ging voorbij en een zestal dertigponders en tientallen twintigers waarvan redelijk wat gedubbelde vissen stonden op mijn conto.

(wordt vervolgd)



Hoewel ik een groot deel van mijn hengelsportverleden aan het karpervissen heb besteed is mijn interesse voor andere vissoorten altijd aanwezig gebleven. Hoe druk ik het ook had met mijn karperpassie, ik vond altijd wel de tijd om in elk seizoen een paar keer, toen nog samen met mijn vader, andere vissoorten te gaan belagen en op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen. Ondertussen zijn de rollen een beetje omgekeerd.