Een cocktail van technieken…

Een cocktail van technieken…

door Jan Pistorius

Lijnrecht tegenover de creatieve wijze waarop de sportvisser omgaat met kleur- en geurrijk aas en de aanbiedingen daarvan staat de eenzijdige aanpak waarmee de prooi wordt belaagd. Met name in de snoekbaarzerij lijken de beoefenaars vastgeroest in bestaande patronen: of verticalen, of slepen, of bodemvissen met dood aas. Waarom een aantal essentiële elementen van die technieken niet gecombineerd? Een cocktail van technieken dus. Ik heb er uitstekende ervaringen mee! En de zomer is een uitgelezen tijd om er Lucioperca een rad mee voor ogen te draaien.

                       


“Ook wat aassoorten betreft kan er erg goed met een cocktail worden gewerkt.”

Om te beginnen ligt gedurende de visserij in het voorjaar bij mij standaard dat ene attribuut op de voorplecht dat je onder verticaalvissers nagenoeg alleen nog getatoeëerd op hun bovenarmen kunt tegenkomen. Jawel, het anker! Verworden tot nostalgisch icoon van varensgasten en ander stoer zeevolk lijkt het anker in de moderne sportvisserij steeds meer terrein prijs te moeten geven aan de elektromotor. Ten onrechte! Want met een anker kunt u snel, effectief, doeltreffend en… actief te werk gaan. Sterker, het anker vormt in dit geval de basis van de techniek.Wie snel wil weten waar de snoekbaars zich ophoudt en wat zijn culinaire voorkeur van de dag is, stel ik voor het volgende ter harte nemen.

Als uitgangspositie leg ik de boot steevast op één anker, en wel zo dat de boot boven de onderste helft van een aantrekkelijk talud of aan de voet daarvan komt te liggen. Ik geef niet meer touw dan nodig is. In de uitgangspositie heeft de boot weinig speling nodig. Anderhalf tot twee meter volstaat meestal. Wel is het raadzaam rekening te houden met de windkracht - aan een krabbend anker heb ik per slot van rekening niks. Vervolgens gaat er een dode hengel met een aasvisje overboord. Ik kan dat aanbieden aan een wapperlijn of aan een niet te zware jigkop, afhankelijk van de tijd die ik denk nodig te hebben om de hengel bij een aanbeet te grijpen. Ik gebruik meestal een onderlijnmontage variërend in lengte van dertig tot zo’n zeventig centimeter. Is de bodem grof van samenstelling met veel obstakels, dan houd ik de onderlijn kort en het visje wat van de bodem. Doe ik dat niet dan wrikt het hele zaakje zich muurvast. En daar zit niemand op te wachten. Bij een harde, schonere bodem verdient een langere onderlijn de voorkeur. Zo ook wanneer het talud aan de steile kant is. U zult zo begrijpen waarom.

Wat daarna gebeurt, is het volgende: op de wind zal de boot gaan gieren. Dat wil zeggen dat hij, met de spiegel als verste punt, bogen - meestal in de vorm van een kwartcirkel - om het ankerpunt zal gaan beschrijven. Steeds weer. Er ontstaat dus een soort repeterende, banaanvormige(!) drift waarin met de dode hengel volautomatisch actief wordt gevist. Overbrugt de boot daarbij pakweg een meter diepteverschil, dan is een onderlijn van ongeveer die lengte dus noodzakelijk.

Mijn tweede hengel voorzie ik van een stukje kunstaas dat ik in eerste instantie evenwijdig aan het talud binnenvis. Indien u op de juiste plaats ligt, wordt u daar door vriend glasoog gauw genoeg attent op gemaakt. Meestal vergrijpt de snoekbaars zich eerst aan het kunstaas, maar ook het dode aasvisje kan een goede indicator zijn - steeds opnieuw in hetzelfde spoor op en neer gesleept, komt er een moment dat de snoekbaars het visje beu wordt en het grijpt. Bovendien is het al een eerste aanwijzing over de voorkeur van de snoekbaars: kunstaas of natuurlijk aas.

                       


”Zet de ‘dode’hengel ook eens in als u voor anker gaat!”

Krijg ik geen aanbeet evenwijdig aan de boot, zoek ik met de kunstaashengel de diepte waar de vis wel ligt. Blijven aanbeten uit, dan verkas ik binnen een kwartier naar een volgend aantrekkelijk talud en herhaal de opzet. Nogmaals, het gaat razendsnel. Kwestie van ankertje neerlaten, dode hengel met aasvisje overboord en een tiental worpen aan beide zijden van de boot. Soms kan het even duren, maar uiteindelijk is er altijd wel een opportunistische, grijsgroene rakker bij die zich niet in kan houden en daarmee de positie van de hele club aan de grote klok hangt.
Komen de beten van het ondiepe deel van het talud, dan vier ik wat touw, zodat de boot door de wind het talud opgeduwd wordt. Komen de aanbeten van dieper water, dan haal ik wat touw binnen en trek de boot naar dieper water. Afijn, het procédé spreekt voor zich! Uiteindelijk doel is de boot met de dode hengel boven de snoekbaars te krijgen en vanaf dat punt evenwijdig aan de het talud te vissen - immers, op die diepte, zeg maar die strook, hebben we de snoekbaars gelokaliseerd. Met behulp van de dieptemeter kunt u de boot nu exact op de diepte leggen waar de snoekbaars zich bevindt en er actief op vissen met twee hengels. Op dat moment is het een sinecure uit te vinden wat er op het menu staat.

Deze eenvoudige werkwijze biedt werkelijk een keur aan mogelijkheden. U vist actief met dood aas en tegelijk met kunstaas. Aas kan naar believen gewisseld worden, want ook een shad of twister aan een dode hengel zorgt regelmatig voor verrassingen. Dus: met kunstaas werpen en dood aas onder de boot, of andersom, of twee hengels met natuurlijk aas, of toch maar beide met kunstaas, met een hengel verticalen en een ‘op zink’. Desnoods monteert u een cocktail van kunstaas en natuurlijk aas. U zegt het maar!

Indien een visrijke boog onder de boot is gevonden, schakel ik meestal over op twee dode hengels of op een dode hengel en een verticaalhengel. Op die manier kam ik het talud verder uit. Maar in principe heeft u een solide basis gelegd voor toepassing van vrijwel elke techniek. Bij meer wind en grotere bogen (dus als u meer ankertouw uit heeft staan) wordt verticalen al gauw diagonalen. Mocht deze techniek niet gewenst zijn, dan verhelpen zwaardere jigkoppen dit euvel snel. Een tip: maak eens wat meer gebruik van een dood aasvisje op die jigkop. Actief gevist natuurlijk aas blijkt in de praktijk maar moeilijk te verslaan, zeker als de snoekbaars ‘vast’ ligt.

Het volledige artikel en nog veel meer wetenswaardigheden kunt u vinden in Dé Roofvis nr. 37, dat vanaf deze week te koop ligt in de betere hengelsportzaak of kiosk. U kunt natuurlijk ook abonnee worden en profiteren van een speciale aanbieding.