Bellyboot trip Ireland - deel 5

Bellyboot trip Ireland (deel 5 - slot)

Door Bart Debaes 

Zevende dag

De bedoeling is dat we een meer aanpakken dat voor de meesten nieuw is. Het is mooi gelegen aan een kerk met een oud kerkhof en heeft overal in de oevers ondiepe uitlopers. Er blijken echter al drie boten op te liggen en we besluiten door te rijden naar een water dat altijd zeer helder is.


Wel helder water maar toch niet leverend.

De helderheid alleen is niet voldoende, want als we na een dikke 2 uur verkassen staan slechts 8 snoeken in het boekje. Op de terugweg moeten we langs een water met een goed snoekbestand, maar ook met veel brasem en zeelt, en als die actief zijn, zorgen zij voor bruin water. We zijn echter vroeg in het voorjaar en hopen dat de witvis nog niet ten volle aast. Het water is duidelijk helder genoeg om te bevissen.


Diep tussen de stengels gooien met spinnerbaits.


Heel kleine snoek op spinnerbait.

De actieve snoeken liggen in de oever en wie dit spelletje goed beheerst kan zich ten volle uitleven met spinnerbaits. Anderen doen hun best in de oevers ontdoen van oude waterplanten.

De beste stek van het meer doet zijn naam eer aan. In het 30m² grote stuk recht voor de kromme boom krijgt iedereen meerdere beten. Het blijft gek hoeveel snoeken in een klein gebiedje kunnen samen liggen. Wie de stek het eerste afvist denkt dat de vissen op zijn, maar als de tweede man passeert is de actie opnieuw op gang en hetzelfde herhaalt zich met visser drie, vier en vijf. 


Om ‘live-filmpjes’ te maken moet je goed vangen.

Na vijf uur staan 37 snoeken genoteerd en iedereen wil de tijd nemen om het meer van de eerste dag toch nog eens een kans te geven. Vanwege de zonnige en warme week denken we dat het ondiepe water van die plas toch meer moet leveren dan wat we al verkregen.

Bovendien heeft iedereen wel honger naar een grote vis en dit is normaal een water waar dit wel lukt. We moeten ver peddelen voor de eerste beet komt, maar vanaf dan komen ze steeds sneller. Ik lig vooruit in de belly-armada en kom midden op het water witvis in de oppervlakte tegen.


De belly armada.

Dit lijkt me de “place to be” en begin de stek goed uit te gooien en direct ook sterke snoeken te vangen. Het drillen van de vis steekt de aanwezige snoeken volledig op gang want overal rond ons beginnen schooltjes witvis te vluchten voor aanvallende kaken. Wie vangt, heeft vele vrienden en al gauw liggen we met zijn vijf hetzelfde gebied af te gooien.


Sterke snoeken.

Regelmatig staan twee of drie hengels geplooid. Het gekke is dat niemand vangt waar de jachten gebeuren maar wel in de omgeving er rond. Vrijwel iedereen krijgt zijn kans op een fat pike. Felix verspeelt een reus op de vliegenhengel. Ik krijg mijn kans redelijk vroeg op het moment dat ik mijn lepel uit het water trek om terug in te gooien.


Een reus op de vliegenhengel.

Net voor mijn neus knalt een metergrote vis op het in de lucht zwevende aas. Aanslaan is niet meer nodig als het monster vol op de hengel beukt. Ongeveer vijf seconden mag ik drillen met 70 cm lijn uit de top, tot de lepel plots weer vrij in de lucht hangt. Een soortgelijk iets overkomt Kurt maar dan op een shad.

Peter lukt het wel en vangt een dikke 95 cm vis. Op de getakelde shads komt verder weinig beet. Tot Tom roept dat deze toch werd genomen en wel door een metervis. Als we hem zien springen is iedereen echter van oordeel dat hij wel een aantal cm te kort zal zijn.


Dik boven de negentig. 

Tijdens de dril draait Tom zijn slidertje op zijn tweede hengel voor de veiligheid toch maar snel binnen, zo goed en zo kwaad als dat lukt met ook nog een tot in het handvat gebogen hengel in je knuisten, tot dit ook abrupt wordt gestopt. Het moment dat deze laatste springt is ieder ervan overtuigd dat deze de metergrens wél over gaat.

“Help, komt er mij iemand helpen”, is de roep van een visser die een kleine twee meter springende snoek aan twee hengels heeft hangen. Het overnemen van een gebogen spinlat is voor mij geen straf en ik verdien gemakkelijk mijn hemelplaats door te gaan helpen.

Al vrij snel landt Tom de grootste vis met de kieuwgreep. Het zeer brede en zware beest wordt onmiddellijk onthaakt en gemeten: 1.03 meter. Maar helaas is hij niet voldoende uitgedrild en met een paar keer stevige kopschudden rukt hij zich los voor foto’s kunnen worden gemaakt.


De troostprijs.

Een duofoto met twee heel grote snoeken zit er dus helaas niet meer in, maar de negentiger aan zijn andere lijn kon mooi als troostprijs(je) dienen. We sluiten het meer na een kleine 3 uur af met het ongelofelijke getal van 62 snoeken… 


Het einde…

Het is duidelijk een topjaar geworden met 699 snoeken in het totaal, naast onze baarzen en zeevissen. De terugweg van 41 uur met boot en huurwagens, vanwege de IJslandse vulkaanuitbarsting, krijgt deze herinnering gegarandeerd nooit meer kapot!

Debaes Bart

Eerder versschenen: deel 1, deel 2, deel 3 en deel 4.