KarperPassie 273

KarperPassie 273

Door Co Sielhorst

Bij de laatste voerbeurt staat er een busje geparkeerd. Nog geen twintig meter van mijn stek. Ik kan niet zien wie of wat er bij die bestelauto hoort. Ik heb geen zicht op de waterkant vanaf mijn stek. Als er iemand zit te vissen kan hij mij ook niet zien. Dat laat ik maar zo denk ik.

Ik voer alles in één keer. Valt niet zo op als plons, plons, plons. Daarna trek ik me stilletjes weer terug. Fluisterstil rij ik weg. Hier ben ik niet zo blij mee maar wie weet. Het kan natuurlijk een eenmalige actie zijn.

Het regent al heel lang en heel veel. Het gemaal draait. Onderweg door de polder zie ik de plompenbladeren wiegen. Achter ieder blad staat een klein kolkje. Waar de bladeren dicht op elkaar liggen scharrelen honderden kleine visjes in de luwte. Een optie om achter de hand te houden als de bus er morgen nog staat.

Ik heb gisteren nog gevoerd dus ik ben min of meer verplicht om vandaag naar het fort te gaan. Vanaf een afstand zie ik op het laatste rechte stuk iets racen. Het gaat bloedsnel. Lijkt wel of er een raket gelanceerd wordt. Ik kan nu de laatste bocht overzien. Er staat een grote pick-up truck. Er staan ook wat crossmotoren omheen. Er wordt druk gefotografeerd. Een van die crossers laat ook even zien hoe hard hij kan, trekt een wheely en scheurt weg.

Er komen nog een paar opgefokte autootjes bij. Het is een soort racefeest. Ik kan er nog wel langs rijden. Ach, het is eigenlijk wel grappig. Ik heb vroeger ook op een opgevoerde brommer gereden. Honderdentien op een buikschuiver. Bij iedere hobbel met twee wielen van de grond. Vaak genoeg onderuit gegaan natuurlijk maar daar leer je van als het goed is.

Op de buienradar niets te zien van regen. Die hoosbui is zeker niet geregistreerd. Het klettert nu op de voorruit. Ik laat de auto rustig de berm in rollen. Dan zie ik de laatste meters het busje weer, of nog, staan.

Hier heb ik dus geen zin in. Ik kijk voorzichtig wat er aan de hand is. Natuurlijk staat er een tent met drie hengels er voor. Die gast voert daar natuurlijk ook. Het kan zomaar een kiloknaller zijn. Twee man voeren op bijna dezelfde stek kan niet goed gaan. Naar mijn ervaring komt er dan voor ons beiden niets uit voort.

Terug naar de polder dan maar. Het water stroomt nog harder dan gisteren. Op zich is dat niet verkeerd maar ik heb er gewoon geen zin in. Het is inmiddels al weer een poosje droog. Ik ga even bij de zandplas kijken. De bomen druppelen nog na. Bij een windvlaag zwiept de regen nog naar beneden als ik het bospad afloop.

Bij de plas aangekomen zie ik dat ik niet alleen ben. De man vertelt me dat er een aantal vissen het loodje gelegd hebben. Opmerkelijk is dat er alleen maar grote vissen dood gevonden worden. Ik heb altijd gedacht dat er grote karpers op deze plas zwommen. Bijna alle dode vissen waren dertigplussers. Op een ander putje in de buurt zijn ook de grotere vissen dood gegaan. Allemaal geen verhalen om vrolijk van te worden.

Ik ben wat teleurgesteld afgedropen. Letterlijk en figuurlijk. Thuis aangekomen probeert er voorzichtig een zonnetje door de bewolking te prikken. Ik overweeg om nog ergens heen te gaan. Al is het alleen maar om nog even buiten te zijn. Zonder hengels rij ik naar de Lek. Bij de eerder gegoogelde plasjes zit iemand op een krib te vissen. Ik zie dat hij met de feeder redelijk vlot brasems zit te vangen. Hij lijkt me wel in voor een babbel. Tijd voor een praatje dus. Ik ben daar altijd heel terughoudend in. Zelf heb ik er pleurishekel aan als mensen me ongevraagd als praatpaal behandelen.

Het is gewoon een gezellige ouwehoer. Hij vist hier vaker. Vorige week nog paaiende karpers gezien in het plasje achter me. Allemaal projectspiegeltjes zegt hij. Hij weet dus donders goed wat karpers zijn. Gekweekte karpers paaien iets later dan wilde of semi-wilde karpers. Ze hebben een iets hogere watertemperatuur nodig.


In het plasje

Het kan goed gaan met de voortplanting van karpers op de grote rivieren. Na de paaitijd een droge periode kan heel goed uitpakken. De doorgang naar een plasje valt soms droog. Blijft er dan genoeg water in het plasje staan, dan zijn de kleine visjes veilig voor rovers. Ik heb zelf in de uiterwaarden wel eens zo’n plasje gezien. Afgeladen vol met kleine karpertjes. Ze hebben de winter overleefd en zijn in het voorjaar met hoog water vertrokken. Ik groet de man en ga verder, een ander water bekijken.

De wind komt uit het westen. Er schiet me een plas te binnen waar de karpers extreem gevoelig zijn voor de windrichting. Ik heb gezien hoe de vissen bij oostenwind op de westenwind kant meteen vertrekken naar de noordkant als de wind naar zuid draait. Hoe warmer het is hoe mooier dit fenomeen te volgen is. De karpers zwemmen hier vaak hoog bij zonnig weer, dus wie weet. Misschien is er nu wel iets te zien.

Bij minder zonnig weer kijk ik naar verkleuring van het water. Het water is heel helder. Alleen de kant waar de wind op staat is hier vaak gekleurd door het gewroet van azende karpers. Op plaatsen waar het maar een metertje diep is zijn bij helder water grote kuilen te zien. Die kuilen zijn gemaakt door wroetende karpers.

Ik klim over het hek en loop over het zomerdijkje. Meteen naar de windhoek. Hier ga ik voorzichtiger lopen. Stop ook af en toe om goed te kijken en geen azende vissen te overlopen.
Dan zie ik van tientallen meters afstand dat het water gekleurd is in de hoek. Soms kleurt het hier ook bij harde wind maar dat kan nu niet. Met kloppend hart sluip ik dichterbij. Het zijn karpers. Ik kan er vijf zien maar het zijn er beslist meer.


Over het hek

Ik ga door de knieën om de azende vissen niet te verstoren. De bodem bestaat hier uit vette klei. Dat geeft mooie bruine wolken. Een staart! Een enorme roodachtige flap zo groot als twee handen naast elkaar. Ik weet waar ik volgende week zit.

 

ANDEREN LAZEN OOK

image description
KarperPassie 280
Total Fishing Import -
image description
KarperPassie 279
Total Fishing Import -
image description
KarperPassie 278
Total Fishing Import -