KarperPassie 244

KarperPassie 244

Door Co Sielhorst

Een zeelt is beslist geen straf. Al héél lang geleden heb ik gezien dat zeelt dichtbij karpers overwinterd. Vanaf de eerste nachtvorsten weet ik dat een aanbeet net zo goed een zeelt kan zijn als een karper.

De volgende dag komt er een héél rustige aanbeet. Tergend langzaam strekt de lijn zich. Het verdwijnpunt klimt steeds verder omhoog. Precies op het moment dat ik denk dat de spanning op de lijn oploopt, haal ik uit. Meteen voel ik een muur van weerstand. De slip staat op standje pudding, maar dat weet ik op dat moment nog niet. Een brede staart doorbreekt de waterspiegel. Ik sta meteen te rillen op mijn poten. Ga meteen weer op mijn stoel zitten.

De oever is hier spiegelglad. De helling is tamelijk steil. Met één verkeerde beweging lig ik in het water. Ik geef zoveel weerstand als ik durf. Ik schroef de slipmoer zo strak mogelijk aan. Zittend voel ik het strijdplan als oneerlijk aan. Op mijn luie reet een vis tot overgave dwingen is een soort oorlog voeren vanaf de bank. De fout van de slipafstelling lijkt dramatisch af te lopen.

Hoger staan is geen optie. Het gaatje onder de takken is niet groot genoeg. Een vlierbes links, een braamstruik rechts. De strijd verplaatst zich naar links. Steeds weer knokt de vis zich naar de overkant. Ik ben niet scherp genoeg geweest in de start van de dril.

Kan niet voorkomen dat de vis strak onder de overkant de doodlopende hoek induikt. Overal narigheid. Diep doorhangende waterwilgen. Steeds verder beukt de vis zich iedere keer weer los uit de plompen. Hoe het eruitziet onder water kan ik me wel een beetje voorstellen. Planten zijn zelden een punt van zorg, struiken zijn zorgwekkender. Naar links met de hengel kan niet. Braamstruiken zijn meedogenloos. Vlier links is ook niet prettig.

Kan nog maar één ding doen. Terugknokken, lijn winnen. Het enige probleem is dat ik de vis steeds verder de wilgenstruik in trek. Ik hoop dat het er onder water niet zo uitziet als boven water. Wonderwel houdt de schub het voor gezien onder de struik.

Er komt onwillekeurig een verhaal uit de klassieker Redmire voorbij zweven. Het verhaal gaat over Clarissa, lang geleden de Engelse recordkarper. Dick walker beschrijft in een brief aan een vismaat het hele traject dat de recordvis afgelegd heeft. Adembenemend verhaal. De schubkarper heeft de rest van zijn leven in London Zoo doorgebracht. Bij de vangst op 44 lb, 40 pond in onze ponden, de grootste karper ooit gevangen in de Engeland.

Misschien het moment dat karpers op de kaart komen als vissen die te vangen zijn aan een hengel. De behoefte om een vis voor mezelf te houden, al is het maar voor even, heeft me nooit kunnen boeien. Een vis in een zak stoppen? Wat een flauwekul.

Ik heb ook nog steeds een aantal knokpartijen met karpers in mijn geheugen gegrift staan. Dat is meer dan genoeg. Deze herinneringen zullen nooit meer verbleken. Zelfs zonder plaatjes en gewichten blijven ze me in mijn dromen terugkomen. Deze vechtmachine gaat er ook bij horen.

Ik denk dat de strijd gestreden is als de koers plotseling verlegd wordt. Het is erg ondiep onder de struik. Dat bevalt de vis kennelijk niet. Een uitbraak naar open water. Ik krijg zicht op de vis. Brede rug, enorme staart. Wat een vechtmachine. Kan zomaar een metertje lang zijn. Nu ben ik nergens bang meer voor. Het gaat goed komen. Ik durf de druk op te voeren. De vis reageert als een stier op een rode lap.

De koers naar de doodlopende hoek is bij deze vergeten. Met uiterste krachtinspanning wil de schub richting open water wegkomen. Dat lukt niet meer. Ik heb de vis overtuigend afgemat met mijn driedelige tienvoeter. Volglas. Klassieker uit de vorige eeuw. Het voordeel van de korte, taaie hengel is overduidelijk. De hefboom van een lange hengel is eerder in mijn nadeel geweest. Een Lekkarper van bijna een meter lang heeft me tot spierverzuring toe beziggehouden. Mijn hengel, toen een experimenteel project van zestien voet, leverde bij lange na niet de weerstand op om een karper mijn wil op te leggen.


Volglas. Klassieker uit de vorige eeuw.

Gaat nu stukken beter. Na een indrukwekkende knokpartij komt de overgave langzaam dichterbij. Ik schuif vol vertrouwen het net te water. Ik durf nog steeds niet op te staan. Het steile kantje krijgt bijna geen zon. Gras is erg mager. Modder spekglad. Ik trek de vis zo dicht mogelijk boven het net. Met mijn been onder de steel lukt het om het koord achter de vis boven water te krijgen. Binnen. Laat de fanfare maar komen. Ik moet even bijkomen van de knokpartij. Is de vis moe of ben ik moe?

Ik kan natuurlijk niet voor de vis spreken, maar ik ben helemaal gesloopt. Zoveel verkeerde beslissingen, zoveel slecht geplande acties. Zo vaak weersomstandigheden die me helemaal niet blij maken. Ook aasideeën die niet het gewenste resultaat opgeleverd hebben.

De vis glijdt tussen de mazen. De knalharde knikker bungelt langs zijn bek. Ik pluk eerst de haak achter de rubberen lip vandaan. Mooi klein gaatje. Rechts onder in de hoek. Ik zit nog even te hyperventileren. Wat ga ik nu doen? Plaatje? Natuurlijk. Pasfoto, mannetje vis? Zou leuk zijn maar het Redmire-verhaal spookt door mijn hoofd. De schubkarper lijkt op Clarissa. Gewicht zal niet ver uit de buurt zijn. Ik denk aan achttien kilo. Zesendertig pond. In Engelse ponden komt er ongeveer tien procent bij. Hoe komt iemand op het idee om een schoonheid als deze vis in een zak te stoppen en er dan griezelige dingen mee uit te halen?


Pasfoto, mannetje vis?

Natuurlijk heeft Clarissa karpers op de kaart gezet. Dat hoef ik dus niet nog eens te doen. De rest van de week ben ik tamelijk vrijblijvend aan de gang. Vol in de afstervende plompenvelden. Op een zonnige dag met veel wind twee keer mijn aasaanbieding opgevist met dikke resten van plompenbladeren op de haak. Natuurlijk kan dat niet veel opleveren.

 

ANDEREN LAZEN OOK

image description
KarperPassie 243
Total Fishing Import -
image description
KarperPassie 280
Total Fishing Import -
image description
KarperPassie 279
Total Fishing Import -