Roofvissen van A tot Z (2)

Roofvissen van A tot Z (2)

Door Berthil Bos

We kennen in ons land twee soorten polders waar we vanaf de kant een goede kans hebben om succesvol te zijn: de veenpolders, die vaak helder zijn, en de kleipolders waar het doorzicht meestal een stuk minder is. Dit is natuurlijk wel afhankelijk van de omstandigheden, zoals veel regen of zomer en winter. Natuurlijk zijn er ook polders op het zand of andere grondsoorten, maar voor het gemak hou ik het bij deze twee.

Bij de veenpolder is het water in de zomer rijkelijk voorzien van waterplanten, waardoor ik er pas begin te vissen als de R in de maand is, omdat ik niet constant een aanbeet wil hebben van waterpest en ander groen spul. Maar ook voor het welzijn van onze geliefde snoek is het beter om te wachten tot de planten in ieder geval aan het afsterven zijn waardoor ze zachter worden en je hem niet verpeelt, met kunstaas en al, in de taaie plantenmassa.

Het water van een veenpolder is over het algemeen wat ondieper dan het water van de kleipolders. Door het heldere water kan je meestal visueel vissen en zie je de aanbeet eerder dan dat je hem voelt. Het is noodzaak om je tijdens het vissen zeer behoedzaam te bewegen omdat de meeste veenpolders een zachte, bijna verende bodem hebben die trillingen gemakkelijk doorgeven. Samen met de helderheid is het dus opletten geblazen, vooral in de periode (najaar) als ze in de kant zitten.

Het enige nadeel wat deze polder heeft is dat door de hogere zuurgraad het water minder voedselrijk is, waardoor het formaat snoek er over het algemeen kleiner zal zijn dan op de klei. Maar of ik dit een nadeel mag noemen, weet ik niet, omdat omgeving en het water zelf veel vergoed en uitzonderingen zijn er altijd. Ook het uiterlijk van de snoek met zijn aangepaste schutkleur is voor velen een reden om hier te vissen.


De veengebieden zijn vaak adembenemend mooi.

Kleipolders zijn in het algemeen wat dieper en voedselrijker. Door de hogere zuurgraad van het water is er voor de vissen voldoende voedsel wat je weer terug ziet in het formaat en aantal. Het water is vaak door de afvoer van het water wat dikker, omdat de kleideeltjes zich vermengen met het water. In de winter als de groei uit het water is, kan ook het kleiwater ontzettend helder worden.


Veensnoek is meestal mooi en bijna geheel over het lichaam getekend.


Op de klei is het misschien wat minder mooi, maar door de diepte zit er zelfs in dit soort slootjes snoek.

Dit is niet altijd gunstig voor het bijtgedrag, omdat de vis zijn normale leefomstandigheid mist en ook eerder wordt verstoord. Door het wat dikkere kleiwater zie je er ook minder planten die wortel kunnen schieten, wat weer als voordeel heeft dat je er eerder kan vissen dan in de plantenrijke veenpolders.

Ik had het al over het formaat van de ‘kleisnoek’ die over het algemeen groter is dan zijn soortgenoot in het veengebied. Omdat de plantengroei er meestal niet overdadig is, hebben de jonge snoekjes ook minder schuilplekken en zijn hun leven niet zeker met hun grotere broers en zussen in de buurt.


De kleisnoek is goed doorvoed en daardoor is de afmeting wat groter.

Het vissen in een kleipolder is vaak overzichtelijk, vooral als de boeren het riet en de meeste waterplanten hebben verwijderd voor een goede waterdoorvoer. Je kunt nu bijna overal bij en door het troebele water en de harde grond is het sluipen langs de waterkant vaak niet nodig. Welke plekken interessant zijn, dat komt de volgende keer aan bod.

Berthil Bos

ANDEREN LAZEN OOK

image description
Speed of Slowmotion: deel 3
Willem Moorman -
image description
Speed of Slowmotion: deel 2
Willem Moorman -