WitvisPerikelen 64: ‘Welkomstmatten’

WitvisPerikelen 64:

‘Welkomstmatten’

Door Leon Haenen

Een paar weken geleden vroeg mijn broer me of ik trek had om een dagje te gaan “roofbleien”. …een dagje roofbleien... Ik had er wel zin in, maar dacht direct dat het ook al vrij laat in het seizoen zou zijn als we zouden gaan. Hij wist een nieuwe stek in België vlak bij een warmwaterlozing waar het zou “barsten” van de roofblei.

Er zou een nadeeltje aan kleven: of de vis doet ‘t, óf de vis doet helemaal niets. “Ik ben wel wat gewend wat dat betreft, dus kom maar op!” dacht ik nog… Een dag samen op pad vind ik ook al erg bijzonder. Als de roofblei het zou laten afweten, dan zou meerval een optie kunnen zijn.

Meerval, die schijnt daar ook veelvuldig voor te komen. Omdat we beiden in het bezit zijn van een grote Waalse vergunning en dus vanuit de boot mogen vissen, was de beslissing snel genomen: dit weekend wordt de jacht op roofblei geopend! Het zal mij benieuwen…

Aan de manier van rijden kan ik merken dat Lambert hier al een paar keer eerder geweest is. Hij weet duidelijk de weg. Wat een bochtige route en wat duurt het lang. Ik voel een bepaalde spanning in mijn lijf. Ik heb dit jaar nog niet 1 fatsoenlijke roofblei gevangen. Ik moet hier wel bij aantekenen dat ik er ook nog niet een keer op heb gevist.

Het gevoel van de heerlijke aanbeten is prima opgeslagen in het langetermijngeheugen in mijn kop. Ik ken het gevoel. Als ik me concentreer voel ik de klap al en hoor ik de pijnscheuten die de slip laat horen. Ja, het gevoel zit wel goed.

Als we op de bewuste visplek aankomen zie ik op de achtergrond iets waar ik in de verste verte niet opgewonden van raak. Het schijnt een kerncentrale te zijn. “Als er iets met deze stroomfabriek misgaat, dan hebben we in Gronsveld ook een probleem…” die gedachte gaat door mijn kop. Zo ver van huis zitten we hier toch niet.  Ik noem het een tijdbom… wellicht overdreven, maar nieuw ziet het er allemaal niet uit.

Ze noemen het hier ook de Maas. De omgeving spreekt me niet erg aan. De watertemperatuur des te meer. Die staat op 19,5 graden. We vissen op een gedeelte waar het vreselijk hard stroomt. Lambert manouvreert de Marcraft Pike Fighter (wat een heerlijke naam...!!) feilloos door de stroming. De Fronttroller met ingebouwde GPS gaat ervoor zorgen dat we prima op de plaats blijven staan. De accu’s gaan overuren draaien.

Lambert instrueert me kort voordat we beginnen. We liggen redelijk in het midden van de Maas. Diep is het niet echt. Onder de boot staat net twee meter water. Hij geeft aan dat als hij een vis haakt hij mijn plek achter in de boot inneemt en ik doorschuif naar de voorzijde van de boot. Als ik er dan weer een haak, schuift hij naar voren enzovoorts.

Het klinkt allemaal enigszins geroutineerd en ervaren. Droog merk ik op dat we er eerst maar eens een moeten vangen. Ik geef het eerlijk toe, maar ik haast me om de Rapala-plug in de onderlijn te hangen.  Lambert is binnen een paar tellen klaar. Zijn eerste inworp levert niets op en terwijl hij de plug in een redelijk tempo binnenvist, maak ik mijn eerste worp. Ik ben echt een beetje gespannen voor een eventuele eerste aanbeet. Die komt toch altijd onverwacht.

Als zijn roofbleiplugje bij de tweede worp het water raakt en hij een “hengst” aan de molen heeft gegeven, is het al raak. Ik schrik me helemaal rot. Zijn 270 cm lange hengel van Shimano geeft aan dat het menens is.


De eerste roofblei van de dag is gelijk een goeie.

Conform afspraak schuift hij naar de achterzijde van de boot en ik naar voren. Terwijl ik kijk hoe hij zijn vis aan het drillen is, hoop ik dat ik dit vandaag ook nog mag meemaken. Lang hoef ik niet te wachten, want bij de tweede worp die ik maak, krijgt mijn materiaal een enorme klap te verduren.

Ik kan er niets aan doen, maar schreeuw het heel even uit van opwinding. We zijn er net en staan tegelijk in een zwaar gevecht met een roofblei. Een echt zwaar gevecht! Wellicht geholpen door de enorme stroming, hebben we het er allebei echt zwaar mee. Meter voor meter wordt er strijd geleverd.

Lambert zijn vis is als eerste bij de boot. Hij zegt dat ik mijn hengel even in de steun moet zetten. Dan handelen we zijn vis als eerste af. ik ben het er niet helemaal mee eens als gevolg van een stukje onwetendheid, maar ga toch akkoord. Argwanend plaats ik mijn hengel in de steun. Lambert land zijn vis met een “lipgripper”, een instrument waar ik tot nu toe zelf geen ervaring mee had en waarvan ik een enorm vooroordeel had. Ik vond het maar niks. 

Ik dacht dat de vis er door beschadigd zou raken, maar dat is zeker niet waar. Althans, roofblei zeker niet. Hij gebruikt het niet bij snoek en snoekbaars omdat hij misschien het gebit niet wil beschadigen (dat weet ik niet zeker!) , maar in de stevige bek van de roofblei gebeurt er niets en kun je de vangst uitermate veilig landen.

Ook voor je eigen veiligheid, want je loopt vrijwel geen enkel risico dat je de haken van de plug in je hand “parkeert”. De eerste roofblei is een dikke zeventiger. Een snelle foto en terug. Ook bij het terugzetten wordt de vis met behulp van de lipgripper netjes en liefdevol teruggeplaatst in het water.

Dan ben ik aan de beurt om de vis te landen. Ik raak in extase als de “welkomstmat” boven komt drijven. Deze vis is zo hoog als een brasem van 60 cm. Ongelofelijk. Ik wil de vis graag even op de meetlat leggen: 80,5 cm geeft deze aan. Mijn eerste tachtiger roofblei. De dag is af. De rest is bonus.


In extase!

Even houd ik de vis voor me. Het beest dwingt echt respect af. Zo’n prachtige creatie! Geen schubje verkeerd. Oersterk. Als ik de vis terugzet, neem ik direct weer de hengel in mijn handen. Terwijl mijn broer een sigaretje rolt, ligt mijn kunstaasje al weer in het water. “BAMMMM!!!” weer een roofblei. Om gek van te worden.

Die klappen zijn zo heftig. Als er iets aan je montage of de instelling van je slip niet in orde is, dan ben je binnen een tel de klos en is alles weg. Ik denk dat de aanbeten zoals we ze vandaag krijgen het beste te vergelijken zijn met de volgende situatie: Je gaat bovenop een viaduct staan met je hengel en laat de plug langs het viaduct zakken. Ogen dicht en wachten totdat er een truck langs gescheurd komt waar je plug in blijft hangen…

Ik denk dat de klap daarop lijkt… Ik heb een levendige fantasie, s.v.p. niet gaan proberen… wink. Ik ben er echter zeker van dat jullie me wel snappen als ik het zo omschrijf. Ik sta te shaken op mijn benen terwijl ik de vis dril. Relaxed gooit mijn grote broer de plug naar de hoofdstroming. Hij heeft een mooiere werptechniek dan ik. Het ziet er net even iets professioneler uit.

Als zijn plug het water raakt, lijkt het alsof deze niet lekker valt. Een van de dreggen hangt in de lijn. Als hij een klap geeft om de plug in de juiste positie te manoeuvreren, klapt er alweer een roofblei op. Hij mist de vis, maar binnen een fractie van een seconde beukt de vis er weer op. Nu is het wel prijs.

Weer staan we tegelijk een roofblei te drillen. Let wel, we zijn nog geen kwartier aan het vissen!! Deze keer heeft hij het aan de stok met een verschrikkelijk sterke vis. Ik land ook een topper van 72 cm, maar zijn vis is van de buitencategorie. 82,5 cm. Wat een beesten.


Met de twee tegelijk… de links vis is 82,5 cm.

We besluiten deze twee wel even tegelijk op de foto te zetten. Trots poseer ik er tijdelijk mee. Daarna gaat het allemaal nog sneller en ontstaat er een chaossituatie in de boot. Om de beurt vangen we een roofblei. Tot tweemaal toe vangen we er nog een tegelijk. Vrijwel allemaal vissen van boven  de 70 cm.

Het is bijna niet voor te stellen wat we meemaken. Een uur hebben we er plezier van en dan is het van het ene op het andere moment voorbij. De teller staat dan op 12 stuks. Twaalf!! Na elke vis ben je verplicht de Gamakatsu-dreggen recht te buigen.  Zo hard hangen de “Oostblokkers” er in. We genieten enorm van de missers.

We krijgen enorme klappen te verduren en het is prachtig om te zien welk formaat kolk er ontstaat als zo’n goed geoliede jachtmachine je plug voor een prooi aanziet.  Er heerst een onwezenlijke stemming in de boot. Het lijkt wel een droom. Ik heb dit zelf nog nooit meegemaakt.


Landen met de Lip Gripper van Spro.
 
Het landen met de lipgripper is iets wat ik snel onder controle heb. Het touwtje aan de gripper moet je altijd om je pols doen, want op het moment dat de gripper de bek vastpakt, “ontploft” de roofblei vaak aan de boot. Er gebeurt verder niets, maar de kans bestaat dat, als je de gripper zonder de safety om je pols vasthoudt, het ding uit je handen wordt gerukt. Een grote roofblei heeft een enorm explosievermogen.

Als de stek geen aanbeten meer oplevert, laten we ons een tiental meters zakken. We werpen de schouders compleet uit de kom. Een zeer vermoeiende visserij is dit. Dan blijken we er toch weer een paar gevonden te hebben, want achter elkaar vangen we een vis.


Ze bleven maar komen.

De twee kleinste vissen van de dag komen aan boord. Prachtbeesten. Ongelofelijk hoe ook deze iets kleinere vissen zulke heftige aanbeten veroorzaken. Snel binnendraaien van de plug is er hier vandaag niet bij. Er staat zoveel stroming dat als je te snel binnendraait, de actie van de plug niet tot zijn recht komt. We draaien dus iets trager binnen. We vangen er in de middag nog een aantal bij. Allemaal prachtige dikke vissen van ruim in de zeventig centimeter… allemaal… Als we stoppen staat de teller op 18 stuks.


Rapala deed het vandaag erg goed.

We hebben ze allemaal gevangen aan de gouwe ouwe Rapala long cast minnow- plug. De kleur was minder belangrijk. Ik heb enkel blauwe exemplaren, maar Lambert ving ook met andere kleuren. Aps-spinners, aruku’s, andere pluggen, ze brachten vandaag allemaal geen vis in de boot.


Lambert wist ze feilloos te vinden.

Het was enkel de Rapala die het wél “deed”… Helaas is de 10 cm-uitvoering niet goed meer te krijgen. Mocht iemand nog een adres hebben waar ik ze kan kopen, dan houd ik me aanbevolen. Ik heb er nog maar een… ik hoor het graag: leonhaenen[at]gmail.com


Deze dag zal ik nooit meer vergeten!

Tot volgende week
Leon Haenen

ANDEREN LAZEN OOK

image description
Speed of Slowmotion: deel 2
Willem Moorman -