image description

Praktijktips van Jan van Schendel (17)

Praktijktips van Jan van Schendel (17)  

37 Loodzetting

In Nederland kennen we vrijwel uitsluitend de visserij op voorn en brasem op vaak stilstaande of soms traag stromende wateren.

In alle gevallen wordt de vis bijna altijd op of tegen de bodem gevangen. Als we ons tot deze situatie beperken dan kunnen we relatief simpel daar onze montages op aanpassen. 

In zeker 90% van alle gevallen kun je vissen met een hoofdlood op 30 tot 80 centimeter van de onderlijn-lus en met daaronder een of enkele valloodjes waarvan het onderste loodje tegen dat lusje zal staan.

Hoe je die valloodjes ook gebruikt, ik zou iedereen willen adviseren om minimaal 4 valloodjes van dezelfde grootte onder het hoofdlood te monteren en ik bedoel daarmee altijd. Op de hierboven omschreven manier geef je jezelf altijd de mogelijkheden om tijdens het vissen jezelf aan te passen op de precieze vissituatie.

Wanneer je maar 1 valloodje gebruikt is dat geen enkel probleem, je schuift gewoon de andere loodjes pal onder het hoofdlood. Wil je ze wel gebruiken dan schuif je ze naar de gewenste plek op de lijn.

Wanneer het toch iets mocht stromen en de gebruikte valloodjes zijn te licht? Geen probleem, je schuift er twee bij elkaar, of 3, of alle 4. Zo is er altijd een simpele oplossing voor welke omstandigheid dan ook.

38 Valloodjes

Valloodjes, de naam zegt het al. Die moeten nooit te zwaar zijn, want dan zakt het aas tijdens het laatste stukje als een baksteen naar de bodem en dat is nu juist net niet natuurlijk.

Afhankelijk van het gebruikte gewicht van de dobber zijn mijn valloodjes voor een normale visserij en een normaal dobbergewicht (heel licht tot zo’n 3 gram) altijd nummertjes 8, 9, 10 of hooguit 11.

Het hoofdlood bij de zojuist omschreven dobbergewichten bestaat vrijwel altijd uit een kettinkje van loodhagels. Het minimum aantal hagels op de lijn zal 6 zijn maar liever nog enkele meer.

Je zou dit kettinkje kunnen vervangen door een olivette of druppelloodje, maar zoiets geeft je toch weer minder aanpassingsmogelijkheden tijdens het vissen en ik vind het ook wat meer gevoelig met betrekking tot in de war geraken. Een kettinkje van hagels is bijna 100% waterproof oftewel probleemloos.

Nog een belangrijk advies: Lood de dobber altijd zo perfect mogelijk uit! Dat perfect is voor iedere omstandigheid weer iets anders. Bij een flinke kabbel of bepaalde schaduw zie je minder goed de dobberantenne dan wanneer het bladstil en de schaduw perfect is.

De laatste puntjes op de I bereik je door de stotz-loodjes (of bij kleine en lichte dobbertjes de halve stylloodjes) die elders bij deze tips zijn omschreven. 

ANDEREN LAZEN OOK

image description
De Allrounder 75
Marc Borst -
image description
De Allrounder 74 : De verleidelijke rode
Willem Moorman -
image description
Praktijktips van Jan van Schendel (19)
Marc Borst -