Onbekende bestemming

Onbekende bestemming

door Geert Ooms

Ergens in het Jurassic park, daar waar miljoenen jaren geleden de dinosauriërs hun dorst kwamen lessen aan het koele bergwater, ligt een rustig bergmeertje. Geflankeerd door z’n steile bergen en de wat aparte plantengroei, heeft het watertje een echt idyllisch uitzicht. Ongelooflijk hoe toevallig we hier terechtkwamen… Na een lange en bijna probleemloze reis arriveren we bij het krieken van de dag op onze verder nog totaal onbekende bestemming. Nog wat suf van de voorbije nacht (mijn reisgezellen sliepen en ik was chauffeur) ben ik toch wel overweldigd door de schoonheid van deze omgeving. Nochtans besloop me tegelijk een gevoel van onzekerheid. Dit was zo anders dan alle andere wateren waar ik voorheen had gevist. Zo’n bergmeer, zit daar wel karper? We hadden er absoluut geen idee van. Informatie inwinnen was ook al geen gemakkelijke klus. Met geen huizen of mensen in de wijde omgeving en zonder info vooraf, ben je totaal aangewezen op het pioniersinstinct. Normaal krijg je van andere karpervissers eens een tip over één of ander water dat ze zelf bevist hebben. Zo is het alvast gemakkelijker om ergens te starten .

Wanneer we aan de oevers van het uitermate mysterieuze meertje rondlopen, op zoek naar een bevisbare plek -iets wat overigens geen sinecure is op deze steile bergflanken- stuiten we tot mijn grote verbazing op een Franse karpervisser, Bruno genaamd. Hij zit mooi verscholen op één van de weinige bevisbare stekken en is zo vriendelijk om ons z’n boot te lenen om vluchtig een tochtje met de visvinder te maken. Zo krijgen we een idee van de dieptes, de bodemstructuur en het bodemverloop. Al snel wordt duidelijk dat het bodemverloop onder water niet zo verschillend is dan dat van boven water. Heel erg steil dus. Zo’n tiental meter uit de oever geeft de dieptemeter al veertien meter aan, om in het midden, zo’n 150 meter uit de kant, over de 20 metergrens te gaan. Het is dus echt zoeken naar ondiepere richels vlak in de kant. Veel informatie over het visbestand kan Bruno ons niet geven, mede omdat hij en zijn vrienden dit water nog maar pas bevissen. Er hadden volgens hem maar enkele andere Franse karpervissers gevist en zij hadden niet echt veel succes. Bovendien zouden wij de eerste buitenlandse karpervissers zijn die hier voet aan wal zetten. De gekozen stek, een vooruitstekende punt van de bergflank, leek alleszins veelbelovend. Door z’n minder steile helling kan de oeverzone bevist worden tot zo’n slordige tien meter uit de kant, waar het water van drie meter tot zes meter diepte gaat, om daarna steil naar éénentwintig meter af te dalen. Ook de overkant, zo’n driehonderd meter van onze oever, bleek goed bevisbaar. Links lag een ondiepere baai met voornamelijk zandbodem, gevolgd door een steile bergwand, om uiteindelijk rechts te eindigen op rotsachtige steenrichels die uit de bergwand steken. Door het glasheldere water kan je op vijf meter diepte de overgang van de steenrichels naar het diepe water nog zien. M’n vismaat kiest voor de steenrichels rechts, ik voor de baai links. Daarbij vissen we elk minstens één hengel onder de top. Aangezien we beiden tegenstander zijn van het vangen van vissen op andermans hengels, spreken we af dat als er maar één van ons beiden vis vangt, we na twee nachten de hengels en rod pods verwisselen zodat mijn maat links kan vissen en ik rechts. Het klinkt misschien allemaal wat ingewikkeld, maar op deze manier kun je beiden evengoed vangen, als je maar goed genoeg en gemotiveerd vist. Bovendien ben je niet afhankelijk van de ‘goodwill’ van de ander. Blijkbaar is mijn stekkeuze nog niet zo slecht. De eerste nacht vang ik drie vissen. De eerste in de eigen kant, vlak onder de hengeltop. Deze maagdelijke spiegel doet de naald van mijn weger de dertigpondsgrens al direct overschrijden. De volgende vis is nog wat groter en komt uit het einde van de baai, daar waar de zandbodem weer in rotsen overgaat. Tenslotte mag ik ‘s ochtends nog een midtwintiger uit het midden van de baai sleuren. Ik maak echter een onfortuinlijke val. Bij mijn eerste aanbeet val ik van een twee meter hoge rots naar beneden, op het strandje waar m’n hengels staan. Een verzwikte enkel is het resultaat. Mijn voet is daarna zo dik dat mijn lieslaarzen nog met moeite passen. Gelukkig worden overdag de hengels aan de overzijde ingedraaid, de voornaamste reden hiervoor zijn de snoekvissers die vanaf ‘s morgens vroeg al slepend vissend met hun bootje langs de bergwand varen. Wanneer ‘s avonds alle sloepen van het water zijn verdwenen, komt onze Zodiac vanuit de bosjes het water op om alle hengels netjes op hun plek te leggen voor de komende nacht. Ondanks de aangename temperaturen overdag, wordt het steevast ijskoud zodra de zon achter de bergkap is verdwenen. Veel te vroeg naar m’n zin zoeken we dan ook de warme slaapzakken op. Veel liever zou ik aan de waterlijn zitten speuren naar karperactiviteit, een van mijn favoriete bezigheden aan de waterkant. Die nacht krijg ik weer tamelijk wat actie en rechts bij m’n vismaat blijft het stil. Ik pakte enkele goeie twintigponders en zoals afgesproken dringt een stekwissel zich op. ‘s Ochtends worden rod pods en hengels verwisseld, zodat mijn vismaat de volgende nacht met wat meer zelfvertrouwen ingaat. Er is een weersverandering op komst, zoveel is ons inmiddels duidelijk. De anders azuurblauwe hemel wordt almaar grijzer en grauwer. Blijkbaar reageren de karpers ook op deze weersverandering, want er is nu duidelijk karperactiviteit merkbaar. Die nacht vang ook ik weer enkele vissen, alle twintigers tot nét geen dertig pond.

De laatste nacht zit er echter aan te komen, dus we beginnen alle spullen te organiseren en al het overbodige reeds naar de wagen te brengen. Bij het ochtendgloren worden nog snel enkele foto’s genomen van een dikke vis die de nacht in een bewaarzak mocht doorbrengen. En terwijl de camera’s klikken, wordt het duidelijk dat dit alles datgene is wat ik in m’n visserij begon te missen. Maagdelijke vissen, ongerepte natuur en geen hengeldruk of drukdoenerij aan de waterkant. Kan het vissen altijd maar zo simpel zijn… Het volledige artikel van Geert Ooms kunt u lezen in Karperwereld 30 dat vanaf nu te koop is in de betere hengelsportzaak of kiosk. U kunt natuurlijk ook een abonnement op dit luxe en toonaangevende Nederlandstalige karpermagazine nemen.

ANDEREN LAZEN OOK