**KLAAR**                  Zomer- en winterrovers

Zomer- en winterrovers

door Eddy te Mebel.

Er zit, behalve de temperatuur, nogal een groot verschil in benadering en vangen van onze rovers in zomer en winter. In ieder geval heb ik voldoende gegevens en informatie verzameld om de voor-en nadelen van beide periodes eens op een rijtje te zetten…


                       


“Mooie wintersnoek voor Eddy”

Vismethoden.
Als eerste zal ik eens even uitleggen aan de lezers die het nog niet weten wat voor methodes en technieken ik beoefen om de roofvis aan de haak te krijgen. Regelmatig ben ik op het water te vinden in mijn bootje om met pluggen de ondiepe rietkragen wat af te slepen op rivieren en kanalen. Wil dit niet- of matig lukken, dan probeer ik in het midden met dieplopende pluggen of langzaam gesleepte shads.

De grootste rivieren en kanalen waar ik met mijn kleine eenvoudige 3,5m lange Fun yak boot kom, is o.a. de Gelderse IJssel en het Twentekanaal. Ook heb ik tien jaar lang bijna niks anders gedaan dan met de streamerhengel kleine

                       

beekjes afstruinen om er hoofdzakelijk snoek te vangen. Snoekbaars komt niet af nauwelijks voor in de Achterhoekse beken. Tegenwoordig moet de streamerhengel toch wel een beetje wijken ten opzichte van de spinhengel, omdat de streamerhengel wat beperktere mogelijkheden heeft. Vanaf de kant vang ik dan snoek in de kleine beken met ondiep lopende pluggen, lepels, spinners, spinnerbaits of zo af en toe een oppervlaktekunstaasje. Maar het liefst vis en vang ik met de zelfgemaakte Heiddy jerkbaits, maar dat wist de Totalfishing lezer waarschijnlijk al. Het is gewoon leuk om met jerkbaits een beetje te ‘’tikken’’ in het heldere ondiepe water. Het zijn niet altijd de grootste snoeken die er in de kleine beekjes opknallen, maar dat hoeft dan ook niet. Als de plannen gericht zijn op grote snoek, dan stap ik net zo lief in de boot. Als laatste ga ik zo af en toe ook nog wel eens met mijn broer mee het water op. Hij heeft een iets grotere boot met wat meer pk’s en is helemaal ‘’vertikaalfreak’’ om het zo maar te noemen. Snoekbaars is bij hem nummer 1 en snoek nummer 2. Bij mij is dat net andersom. Zo kunnen we leuk ideeën en technieken uitwisselen met elkaar. Dit zijn wel zo ongeveer de methoden die ik toepas om de roofvis te vangen, buiten mijn andere visserijen om, zoals: vliegvissen, zeeltvissen, vlokvissen en zo af en toe met een pennetje op karper.

Winterperiode.
Dit is voor mij de beste periode om vanaf de kant in ondiep water snoek te vangen. Als eerste zal ik een paar voordelen opnoemen van deze korte dagen periode.
Voordeel 1: de Achterhoekse beekjes zijn voorzien van maaibermen. Dat wil zeggen schuin aflopende oevers en geen steile kanten of moeilijk bereikbare plaatsen.
In de herfst worden deze oevers dan ook winterklaar gemaakt, kort gemaaid en het gras en riet wordt dan boven op de kant getrokken.
Voordeel 2: de beekjes zijn gemiddeld zo ongeveer 10 meter breed en 80 cm. diep.
Dit is gunstig, want als je schuin naar de overkant werpt en zo worp na worp een paar kilometer van een beek afvist, dan weet je zeker dat je verschillende snoeken tegen moet komen. Of ze dan willen bijten is natuurlijk een ander verhaal, maar je loopt op z’n minst een aantal snoeken voorbij.
Voordeel 3: in de voorafgaande herfst is er vaak al veel regen gevallen, zodat de beekjes al flink doorgespoeld zijn. De laatste hardnekkige waterplanten die nog niet zijn afgestorven, zijn door de stroming tegen de bodem geslagen. Hierdoor is het eenvoudiger geworden om het kunstaas er overheen te vissen. En de snoeken behouden toch hun schuilplaatsen tussen de ‘’platgeslagen’’ waterplanten.
Voordeel 4: de lagere watertemperatuur ten opzichte van de zomer. Al meerdere jaren heb ik meegemaakt dat ik ’s zomers geen enkele snoek tussen de waterplanten vandaan krijg, terwijl dit ’s winters wel eens stukken makkelijker gaat in hetzelfde ondiepe water.
Hier in het oosten des lands is het ’s zomers vaak een paar graden warmer en in de winter vaak een paar graden kouder dan in het westen en noord-westen van Nederland.
Dit kan dan nog wel eens voor- en nadelige invloed hebben op het ondiepe water


                       


“Een koude winterdril”

Nadeel: Het enige nadeel wat ik kan bedenken voor mezelf is dat tijdens een vorstperiode de vis in ondiep water nog wel eens erg vast kan liggen. En op of aan groter dieper water heb je wel eens een langere zoekperiode nodig om de vis te vinden en te vangen.
Tegen de kou kan ik me wel kleden en dat zie ik dan ook niet als een nadeel. (een warme kop soep doet wonderen).

Zomerperiode.
Dit is de tijd om lekker in m’n T-shirtje in de boot te zitten. Geen koude stijve vingers, geen druppel aan de neus, geen dikke warmtekleding nodig en ga zo maar door. Koelbox met eten en drinken mee en eigenlijk kan er dan maar weinig mis gaan. Toch gezien m’n vangsten ben ik in de herfst, winter en na-winter beter af.

Voordeel 1: op het grotere diepere water kun je met de boot taluds en waterplanten opzoeken.
Vaak kan een polaroid zonnebril al wonderen doen. En dan heb ik het nog niet eens over een dieptemeter.
Voordeel2: op middelgrote rivieren en kanalen is er vaak slepend goed te vangen. En de vis ligt dan meer verspreid.
Voordeel 3: de temperatuur van het water van grote diepe meren en grindgaten vliegt lang niet zo snel omhoog of omlaag dan van ondiep water. Wat nog wel eens kan resulteren in een positiever bijtgedrag van de vis.

                       


“Vismaat Hein in actie”

Nadeel 1: vanzelfsprekend is dat natuurlijk de drukte in, op en aan het water.
Niet alleen pleziervaart en vakantietoerisme maar ook vissers.
Neem bijvoorbeeld eens de karpervissers aan het Twentekanaal. Die jongens werpen hun lijnen vaak naar de overkant en zover mogelijk uit elkaar. Niks mis mee hoor, ik zou waarschijnlijk precies hetzelfde doen om zo effectief mogelijk op karper te vissen.
Maar de lezer snapt natuurlijk wel dat ik dit water liever voor de winter bewaar, want vaak net op de topstekken zitten ze te vissen. En als (slepende) kunstaasvisser bestrijk je nou eenmaal veel meer water op een visdag dan een karpervisser. ’s Winters kom je hier veel minder vissers tegen en kan ik overal vissen zonder dat iemand last van mij heeft.
Nadeel 2: een van de grootste nadelen vind ik de soms te hoge watertemperatuur.
Als de watertemperatuur tot ver boven de 20 graden stijgt, neemt de bijtlust van de roofvis sterk af. Zo sterk zelfs dat ik momenten heb gehad, dat ik zo slecht ving dat ik maar op andere vissoorten ging vissen. (Daar straf je mij trouwens ook niet mee).
Nadeel 3: de roofvis moet na de vangst snel teruggezet worden en de grotere vissen moeten soms lang vastgehouden worden onder water, voordat deze zelf weer de kracht hebben om weg te zwemmen. Als dit het geval is, dan laat ik ze tijdelijk met rust en wacht op een koelere periode. Als ik s’zomers gericht met oppervlakte kunstaas of ondieplopend kunstaas wil vissen in ondiep water, dan moet ik echt gericht op zoek gaan naar het juiste water.
Veel van de beekjes in mijn omgeving zijn totaal dichtgegroeid met waterplanten, zodat er zelfs niet meer met oppervlakte kunstaas gevist kan worden.
Dan heb ik het nog niet eens over de maaibermen, die tegenwoordig nog maar een keer per jaar gemaaid worden in plaats van twee of drie keer. Dit is sinds de laatste jaren en heeft te maken met maaiproeven en bezuinigingen.
Nadeel 4: de bodem in de Achterhoek bestaat voor een groot gedeelte uit zand, wat resulteert tijdens droge zomers in lage waterstanden. Het gebeurt zelf dat een aantal beekjes bijna of helemaal droog komen te staan. De gevolgen laat zich raden.

Ervaringen 2002.
Hieronder nog even een aantal eigen ervaringen van het seizoen 2002.
De zomer was snikheet en de watertemperatuur veel te hoog soms.
In juli en augustus heb ik best veel gevist en van alles uitgeprobeerd. Af en toe goed gevangen, maar ook wel eens matig. Als ik dan m’n visuren ga tellen ten opzichte van het aantal vissen, dan valt de zomer toch een tikkeltje tegen.

                       


“Een mooie baars is altijd welkom”

Buiten het jerkbaitvissen om heb ik in de herfst goede ervaringen opgedaan met diepgeviste shads. Normaal als ik met de boot vis, sleep ik met pluggen dicht langs de rietkragen van rivieren. Maar omdat dat matig ging ben ik het midden op gaan zoeken met shads en dat met geweldige resultaten. Ik zoek het midden van een kanaal of rivier op en vaar dan naar schatting een of twee kilometer per uur. De shads die ik gebruik zijn tussen de 15 en 25cm., dus zeker niet aan de kleine kant. Ze zijn getakeld met ijzerdraad en twee dreggen in de flanken, gemonteerd op een plus minus dertig grams loodkop. Als hengel gebruik ik een twee meter lange strakke vertikaalstok. De waterdiepte varieert tussen 3 en 6 meter.
Als ik nu begin met vissen, laat ik als eerste de shad naar de bodem zakken, draai deze ongeveer 30 cm. omhoog en begin te varen. Het is een vrij makkelijke en doeltreffende visserij, alleen ben je wel gebonden aan een elektromotor. Deze methode van vissen pas ik nu ook in de herfst al toe, wat ik voorgaande jaren alleen in de winter deed. Het is en blijft zeer doeltreffende visserij, zeker ook voor de koude wintermaanden. Probeer het ook maar eens.