**KLAAR**  Megasnoek 22

Op zoek naar Mega-snoek! - (deel 22)

door Co Sielhorst

1 december.

Ik zit nog steeds wat te tobben met aas. Geen kleine makreeltjes. Dan maar een paar grote en wat wijting. Ruikt best die wijting. Vroeger ook al eens geprobeerd. Was toen geen succes.

                       

Woensdag.
De trip naar het grindgat gaat nu fluitend. Ik heb zelfs ruimte voor een statief en een kijker. Binnen een kwartier springt er een snoek achter de linkerdobber. Ik zit te jodelen. Komt ie al. Gaat de wijting pakken. Ik heb er ook mee gevoerd. Een uur later is er nog steeds niets gebeurd. De andere vis heb ik op veertig meter liggen. Een makreelstaart. Wat nou? Ook hier komt er een snoek door de oppervlakte. Een hele mooie vis. Daar staat negen meter water. Heeft dat springen iets met mijn stek te maken? Ik weet het niet. Ook hier gebeurt helemaal niets.

Ik zit door de kijker de plas af te turen. Er zitten honderden smienten en kuifeenden. Als ik met de kijker naar de verste dobber afzwaai zie ik hem heel langzaam wegkruipen. De lijn snort direct van de molen. Beugel dicht. Goed strak draaien en ram. Even pruttelt er iets in de diepte. De vis rolt er vrij snel af. Ik controleer de aasvis. Is wel snoek geweest. Een kleintje.
Het is nu een uur of twee schat ik. Mooiste deel van de dag komt nog. Ik blijf zitten tot het begint te schemeren. Er gebeurt niets meer. Ik pak in en loop de volle maan tegemoet.

Zaterdag.
Het wordt heel slecht. Vrijdag de hele dag stortregen. Zaterdag wordt het niet veel beter. Mijn gevoel ligt bij het grindgat. Toch zie ik een kilometer door de regen niet zo zitten. Regenkleding is ook een ramp als het zo warm is. Ik kan tot het eind van het jaar nog terecht op een andere leuke plas. Ook een water met megapotentieel. Ik moet kiezen. Doorhakken die knoop. Ik ga hier de rest van het jaar naartoe. In januari pak ik het grindgat weer op. Daarna misschien weer naar de zandput.

Het is droog als ik opsta. Zal ik toch naar het grindgat gaan? Ik prop snel een snee brood weg. Kijk naar buiten. Het is nog donker. Ik weet het even niet. Moet de kar mee? Nee, ik blijf bij mijn plan.Onderweg begint het vreselijk te hozen. Daar ben ik blij mee. Een heel goede reden om te doen wat ik nu doe. Zie me al sjouwen door de wei. Mijn laarzen hadden al vol gestaan. Het wordt niet meer droog.

Van de auto naar het water doe ik hier binnen twee minuten. De hengels staan snel.
Ik heb de bevestiging van de aasvis iets verbeterd. Witvis hoeft niet meer met de fleurnaald aan de lus gezet te worden. Gewoon even de staartwortel ontschubben. Iets inkepen en net als bij zeevis lusje om de staart. In de inkeping leggen. Doorhalen en straktrekken. Naalden kunnen voortaan thuis blijven.

Ik voer een mix van makreel, sardien en baars. Binnen een paar minuten zakt een van de dobbers iets weg. Snel. Jas weer aan. Het stort. Uiterst traag loopt de dobber tegen het windje in. Ik draai strak en haal uit. Voelt lekker aan. Heerlijke sprints. De vis komt omhoog. Raast nog wat rond. Een prachtig getekende vis glijdt het net in. Dikke negentiger. Ik zet de vis snel terug. Nieuw visje eraan. Een klein brasempje, vijftien centimeter. Ik voer nog eens dezelfde hoeveelheid vis rond de dobber en kruip snel weer in de beschutting. De regen komt nog steeds met bakken naar beneden.

Het blijft lang rustig na deze vis. Ik speel wat met de andere hengel. Kijken of de bodem onder de kant schoon is. Tot vlak voor de kant is de plantengroei al helemaal verdwenen. In de zomer is dat hier wel anders.

Er scheert een snoek langs de oppervlakte. Ik laat me niet gek maken. Dat is al iets te vaak gebeurd de laatste dagen. Vlak voor de kant zie ik de vis nog een keer. Het is een kleintje. Even later schokt de dobber die ver uit de kant staat. Het brasempje wordt gepakt. Nerveus gedoe. Veel geschok. Kan niet veel voorstellen. Meestal zijn die druktemakers kleine visjes. Klopt helemaal. Ik draai strak. Voel wat gesputter en draai met grote halen een snoekje van zestig centimeter binnen. Dit formaat haak ik niet vaak met elastiek. Vlak voor de kant rolt hij eraf. Prima.

Er zit lijn in. Ver uit de kant, op dieptes van negen tot elf meter komen de aanbeten. Het zijn kleinere vissen. Ik haal daarom beide hengels in. Zet de dobbers op vijf meter. Hang er verse vissen aan. Beschadig ze flink voor optimaal geureffect. Leg ze allebei met een onderhands worpje vlak voor het kantje en eet mijn laatste sneetje brood op. Kijken of deze tactiek wat oplevert. De kleine snoekjes verstoppen zich onder de grote snoeken. Zo hebben ze op een kaal water de beste overlevingskansen.

Na een droog uurtje gaat het grijze gordijn weer dicht. Het gaat weer regenen. Plotseling is de linkerdobber weg. De lijn kringelt van de molen. Nerveus kijk ik of de slipmoer los staat. Zo dicht bij is riskant. Slip staat helemaal los. Beugel dicht. De vis strekt de lijn. Hand op de molen. Ik trek even fors tegen de vis in als ik de druk op voel lopen. Maakt de vis helemaal niets uit. Ze vervolgt gewoon haar weg naar dieper water. De meters tikken weg. Ze valt even stil. Schudt met haar kop. Voelt aan als zandzakjes op de hengel. Oppassen nu. Ik weet wat er komt. Ze gaat nu pas echt aan de haal. Machtige spurts. Niet te stuiten. Laat maar gaan. Ver uit de kant komt ze omhoog. Een machtige rug breekt door de oppervlakte. Ze perst er weer een sprint uit. Slingert zich half uit het water. Ze gaat richting andere lijn. Kan er niets tegen inbrengen. Ik ga ook niets forceren. Ze gaat niet meer naar beneden. Koerst nu van rechts naar links. Ik neem de tijd. Zal wel moeten. Zelfs al ze stilvalt en dwarsligt krijg ik haar niet in beweging. Dan keert ze haar grote kop richting oever. Nu komt er schot in. Ik kan voorkomen dat ze weer omkeert naar open water. Onder overtuigende druk zwemt ze recht het net in.

Wat een juweel. Prachtige grote kop. Haar ogen zijn nog groter dan de mijne. Ze kijkt rond. Ze ligt goed zo. Snel een plaatje. Honderdzeventien centimeter. Tweeëndertig pond.
Wat een kracht in dat geweldige lijf. Ze is wat onwillig. Geen zin om te poseren. Nu ben ik heel even de baas. Ik werk snel. Ze mag weer terug. Ik schiet wat te ver door met één been. Het water loopt mijn laars in. Kan haar wel mooi vloeiend in het water leggen zo. Ze vindt direct haar evenwicht en weet precies waar ze heen moet. Kijk toch wat een prachtige brede rug. Ze vindt me niet leuk meer. Twee slagen en ze is weg.

Ik heb nu een aantal dertigers gevangen maar ik ben weer diep onder de indruk.
Het is nog niet donker maar ik wil dit gevoel vasthouden. Een mooier moment is niet denkbaar. Ik ga inpakken.

ANDEREN LAZEN OOK

image description
Co Sielhorst stopt met wekelijkse column Total Fishing
Total Fishing Import -
image description
Megasnoek 166
Total Fishing Import -
image description
Megasnoek 165
Total Fishing Import -