**KLAAR**              Megasnoek               108

Megasnoek 108

Door Co Sielhorst

10 december 2005.
Woensdag schuif ik een keer bij Arie aan. Hij heeft gevoerd op een leuk rustig watertje. Het is makkelijk te vinden. Het water staat laag, er is zeker een meter af. Wat groeit en bloeit hier zoal?

Binnen twee stappen ruik ik al watermunt. Beetje verlept. Het spul loopt hard terug in de winter. Penningkruid, dat is nog mooi fris. Vlak langs de waterlijn liggen opvallende zwarte kogels. Sommigen zijn door een soort steeltje met elkaar verbonden.

                       


“Opvallend zwarte kogels…”

Eerst de hengels erin. Ik kijk straks wel verder. Drie meter diep. Spiering en sardien, dan hebben ze wat te keizen. Ik zit achter een berg zand. Toch zet ik de plu nog op. Geeft niet alleen beschutting voor de wind. Het is ook een mooie dekking. Allerlei gefladder durft dichterbij te komen. Mooie plek voor mezen. Er buitelt dus ook van alles door de takken. Een roofvogel zweeft over de boomtoppen. Komt snel dichterbij. Het is geen sperwer. Hij is veel groter. Lichte gelige onderkant. Een havik. Jonge vogel nog.

Een jeep in de verte. Moet Arie zijn. Ja hoor. Hij gaat links van me in de hoek zitten. Ik laat de zwarte knolletjes zien. Schraap er wat af. Houtachtig hard. Wit van binnen. Arie weet te vertellen dat hier in de zomer een stevig plantenveld staat. Dan zijn dit wortelknollen die weer uitlopen zodra ze weer onder water komen. Prima manier van deze plant om een droge periode te overleven. Dat hoog en laag elkaar afwisselen is ook duidelijk te zien aan de wilgen. Het lijken wel mangroven. Een dag zonder aanbeet maar wél in een fraaie omgeving. Ik zoek thuis of ik kan vinden welke plant zich zo effectief terug trekt in de winter. Ik kom er niet uit.

Zaterdag vroeg op? Vergeet het maar. Vorst en dikke mist. Een dikke ijskoek op de auto. Ik ga geen zwieper van de dijk af maken. Ik heb voorlopig even genoeg stomme dingen gedaan met de auto. Halverwege de ochtend kom ik bij het water aan. Onderweg heb ik al gezien dat een lange rit geen goed idee is. Kleinere wateren liggen dichtgevroren. De mist blijft hardnekkig hangen. Het wordt iedere kilometer erger.

Het riviertje! Prima idee. Vorig jaar heb ik er ook een poosje leuk gevist. Ik schuif even later de auto de berm in. Kan dat wel? Nee, zo meteen knalt er nog iemand op als het nog iets erger wordt. Even verderop is een oprit naar de boomgaard waar ik langs ga zitten. De stek is een wonderschoon winters stilleven. De grote berenklauw is zomogelijk nog mooier dan in zijn bloeitijd. Door de vorst laten de bomen massaal hun blad vallen.

Een koppel vinken veroorzaakt lawines van blad. Overgebleven fruit is een feestmaal voor kramsvogels. Ik zie vage grijze flitsen tussen de bomenrijen. Er zijn ook ganzen op pad. Ik zie ze niet maar ik hoor ze wel. Ze vliegen niet hoog boven me. Groene graskeutels markeren plonzend de weg die ze vliegen. Mijn dobber staat er somber bij. Net iets over het midden. De waker hangt triest naar beneden. Het vriest nog steeds. Bepoederde randen van dorre bladeren worden dikker. .

Aan de overkant heeft een maïsveld gestaan. Een waar paradijs voor muizen. Een vaag silhouet strijkt neer op de stoppels. Buizerd. Erg dichtbij nu. Met grote stappen loopt de ietwat lompe vogel over de kale grond. Jaagt op iets dat ik onmogelijk kan zien. Met de kijker zie ik dat de vogel nu ook naar mij kijkt. Is het misschien een ruigpootbuizerd? Ik kan het niet goed zien. Wél zie ik dat de poten van de roofvogel zwaar aangekoekt zijn met vette klei. Er komt zelfs een tweede vogel bij die ook met grote stappen door de vette klei loopt te banjeren. Ik kan het mysterie niet ontrafelen. De vogels verdwijnen weer in de mist.

Bellenspoortje, vlak voor mijn rechterhengel. Er staat twee meter water dus ik kan verder niets zien. Wéér bellen, klein stukje naar links. Duidelijk vis. Mijn gedachten gaan uit naar brede ruggen, toeters met baarddraden. Ik zit op een heel ander spoor. Spelletjes met drijvend spul zijn hier ook niet aan de orde. Aan de overkant komt die buizerd weer in beeld. Kleipootbuizerd. Hij loopt, springt en wroet in de klei. Woelmuizen? Mollen misschien? Ik weet het niet.

Plotseling hoor ik een luide klik. Het stuwtje begint water door te laten. Het water gaat heel rustig stromen. Misschien verspreid een stroompje de geur van mijn aas beter. Even later gebeurt er iets. Mijn pen schuift wat tegen het stroompje in. Het is heel minimaal. Ik geloof dat ik wel weet wat er aan de hand is. Ik draai na verloop van tijd een keer op. Ik zie wat de beweging op de pen is geweest. Het buikje van de aasvis ligt open. De ingewanden zijn er al uit. Hier dus ook krabben. Toch heeft de vis al een behoorlijke tijd in het water gelegen. Met deze kleine schade valt te leven. Ik denk dat het ook rivierkreeftjes geweest kunnen zijn. Ik ververs de beide vissen. De mist wordt steeds dikker maar ik ga niet weg voor ik geen dobber meer kan zien.

                       


“Rietpluimen torsen hun ijzige last.”

ANDEREN LAZEN OOK

image description
Co Sielhorst stopt met wekelijkse column Total Fishing
Total Fishing Import -
image description
Megasnoek 166
Total Fishing Import -
image description
Megasnoek 165
Total Fishing Import -