Gewichtig snoekbaarzen

Gewichtig snoekbaarzen

Door Berthil Bos

Het mooie van de herfsttijd is dat je alle technieken kunt aanwenden om de snoekbaarzen te verleiden. Je kunt jezelf op het diepere water uitleven met het concentratiespelletje verticalen. Of met diagonalen. Of dropshottend onder de boot of een paar meter erachter. Die verschillende technieken kunnen stuk voor stuk leuke resultaten opleveren. En dan hebben we het nog niet gehad over het werpend afvissen van de stek, op zowel dieper als ondieper water. Alles mag, maar maak wel de juiste keuze!

Bepaalde trends of technieken kunnen verbeteringen brengen, maar als je er als visser er geen goed gevoel bij hebt, kun je je maar beter op andere zaken concentreren. Het gevoel dat je bij de diverse snoekbaarstechnieken moet hebben is daarom altijd belangrijker dan het klakkeloos volgen van trends. En dat gevoel zit voor een groot deel in het contact met je aas en contact met de bodem. Om de snoekbaars met rubber te verleiden, heb je loodkoppen nodig voor de presentatie. De gekozen loodkop heeft een uitermate belangrijke functie bij de diverse technieken en verdient zeker de aandacht van ieder serieuze roofvisser. Eigenlijk kun je stellen dat de loodkop, en zeker het gewicht ervan, als eerste bepaalt of je succesvol bent met je vistechniek. In deze bijdrage zal ik proberen dat te verduidelijken.


Football Jigheads met duidelijke gewichtsaanduiding, scherpe haak en shad-vriendelijk weerhaakje.

Verticalen
Het woord ‘verticalen’ zegt al dat je recht onder de boot je aasje presenteert. Het ligt voor de hand dat je op vier meter diepte minder gewicht nodig hebt om het bodemcontact te voelen dan op de 12 meter, wanneer je loodrecht onder je hengeltop wilt vissen. Een uiterst dunne Dyneemalijn helpt je hierbij omdat deze minder waterweerstand ondervindt. Ook de shad zelf kan zóveel weerstand onderwater geven dat het moeilijk wordt hem bij de bodem te houden als je voorwaarts beweegt. En dan heb je nog het verschil in shads. Een schoepstaart veroorzaakt nu eenmaal meer waterverplaatsing dan een zogenaamd V-staartje, houd dus rekening met de vorm van de shad die je selecteert.


Een zware loodkop of het lichte dropshotsysteem? Voor de vis maakt het soms niet uit, maar het systeem moet wel bij de hengelaar passen.

De loodkop is natuurlijk het logische instrument om het shadje bij de bodem te krijgen en te houden. Van de drie meest gebruikte modellen loodkoppen, de Erie, de ronde en de football loodkop, is de laatste de meest universele. Dit model kun je bij elke techniek gebruiken. SPRO heeft bijvoorbeeld zo’n loodkop op de markt gebracht onder de naam Football Jighead. Deze heeft –buiten het voordeel van de vlijmscherpe Gamakatsu haken- ook het gewicht op het lood vermeld staan. Handig, als je zo’n kopje uit een voorraad ‘lood’ moet selecteren! Het haakje aan de haaksteel, in plaats van een loodstukje, is erg shadvriendelijk. Je loodkop verwisselen is zo een fluitje van een cent.


Op groter water kun je met een groter gewicht sneller de hotspots vinden en is een shad van dit formaat ook vaak nodig.

Buiten de keuze van het juiste loodgewicht -en daar gaat dit artikel hoofdzakelijk over- is de balans van het setje onder water minstens zo belangrijk. Henk Simonsz geeft in zijn boek Shad Power (zie: www.hengelsporthuis.com - Webshop) door middel van foto’s prima uitleg. De foto’s laten een shad zien, die net boven de bodem horizontaal hangt. Bij een shad met loodkop die niet in balans is, zie je dat het staartje naar beneden hangt zodat deze niet zijn vibrerende actie kan uitvoeren. Veel loodkoppen houden de shad niet in balans en zeker niet met een gemonteerde staartdreg. Om die balans toch te bereiken, buig ik de haaksteel iets naar boven totdat het geheel, inclusief staartdreg, in balans is. Overdrijf het naar boven buigen niet, want anders kom je soms met de onderlijn in de haakbocht terecht.


Een shad die niet in balans is verliest bij het verticalen veel actie. Bovenstaande montage is wél in balans.

Diagonalen
Diagonalen is een techniek waarbij je met een behoorlijke vaart het shadje enkele meters achter de boot vist. De balans van de combinatie is hierbij iets minder van belang, omdat je glijvluchten produceert. Diagonalen is eigenlijk niet anders dan het verticalen met een boot in beweging. Het voordeel van deze manier van vissen is net als bij het  trollen dat je meters maakt en zodoende sneller en dus meer vis tegenkomt. Hier komt nog bij dat je door de snelheid het aas meters achter de boot aanbiedt en de snoekbaars op die manier geen last heeft van de dieptemeter die bij het verticalen op één plek door de sonarsignalen vis kan verschrikken.

Door de snelheid en de glijvluchten die het kunstaas maakt, heeft de vis bovendien minder tijd om te aarzelen en dat kan vaak het verschil maken. Hoe goed je deze twee technieken ook uitvoert, als je dit niet doet op de plaats waar de vis zich bevindt -en in de meeste gevallen is dit bij de bodem- zul je weinig succesvol zijn. Dit facet lijkt, beste visvrienden, de laatste jaren in de vergetelheid te zijn geraakt, aangezien het mode is geworden om een ultralichte loodkop te nemen. En met zo’n ultralichte loodkop heb je al je concentratie nodig om de shad of de bodem te voelen, in plaats van je te concentreren op het vissen en de aanbeet.


Onderschrift…..

Natuurlijk kun je met ervaring en een perfect uitgebalanceerde uitrusting van de hoogste kwaliteit een licht loodkopje goed op de bodem zetten van een 10 meter diep talud. Maar laten we eerlijk zijn: veel collega-vissers hebben om welke reden dan ook niet de beschikking over topmateriaal en zijn bovendien niet zo ervaren om deze techniek perfect in de praktijk te brengen. Daarnaast is het gebruik van wat zwaardere gewichten soms gewoon te prefereren boven de lichtere. ‘Zo zwaar mogelijk’ zou bij sommige sportvissers een beter advies zijn om goed te vangen. Ook ik heb een tijdje ‘zo licht mogelijk’ anders geïnterpreteerd…

Het was een mooie dag in oktober en mijn vismaat en ik waren aan het vissen op de rivier. In de herfst is hier nog volop bedrijvigheid tussen de kribben en vooral de grotere exemplaren houden het hier lang vol. Na een aantal uren de kribvakken met 15 cm lange shad te hebben uitgevist, was het tijd voor wat rustiger werk. Op een grindgat troffen we snoekbaars aan en wel op ongeveer 12 meter waterdiepte. Na eerst verticaal alles uit de kast te hebben gehaald, met weinig resultaat, stapten we over op het diagonalen en hadden we de snelheid er goed in.

We hoopten natuurlijk dat deze andere presentatie de vis wél kon verleiden. Om een mooie glijvlucht te creëren, visten we met 14 grams loodkoppen. Ternauwernood kon ik de bodem houden, maar eerlijk gezegd zaten we de helft van de tijd in het luchtledige te vissen. Af en toe werd er een visje gehaakt, maar ook werden er vissen gemist, omdat ik meer bezig was met de presentatie, dan dat ik alert was op een aanbeet. Deze manier van vissen is vermoeiend en verstoort je concentratie. En dat zou even later blijken. Ik verwisselde mijn shad met V-staartje (weinig weerstand) voor een andere, en bij het presenteren ervan dacht ik eerst dat we op een ondiepe plaat terecht waren gekomen, omdat ik heel gemakkelijk de bodem kon voelen.


Lekker snel diagonalen over ondiep water is goed te controleren met een wat zwaardere loodkop.

De diepte was volgens mijn vismaat nog exact hetzelfde, namelijk 12 meter. Ik begreep er geen snars van, totdat ik na nog geen 20 seconden een keiharde aanbeet kreeg die een mooie snoekbaars opleverde. Ik was weer helemaal bij de les. Wat was er gebeurd? Doordat de concentratie was afgenomen, had ik in plaats van een shad met een 14 grams loodkop, een shad met 20 gram lood gepakt. Dit was de reden geweest waarom de bodem -waar de snoekbaars vertoeft!- weer voelbaar was. Ik besloot om dit gewicht nog iets te verhogen naar 24 gram en bemerkte dat dit wel erg relaxt viste, terwijl mijn maat veel moeite moest doen om de bodem te vinden. Ik viste wat dichterbij de boot; de controle  was weer terug en de aanbeten kwamen veel duidelijker over.

Ik ben sinds die tijd zwaarder gaan vissen en kwam tot de ontdekking dat er nog méér voordelen aan het gebruik van zwaardere loodkoppen zitten. Het is een feit dat je vaak niet te uitbundig moet bewegen met je shad, vooral als de vis geen zin heeft. Probeer het maar eens uit op het droge of in een aquarium. Je zult zien dat de tik die je aan de lichtere loodkop geeft, veel heftiger beweegt dan je denkt. Geef je die tik aan een zwaardere loodkop, dan wordt deze eigenlijk indirect doorgegeven, omdat de hengel dit gewicht eerst moet verwerken. Een ander punt is dat zwaardere loodkoppen meer geluid en stofwolkjes produceren bij het neerkomen op de bodem. Ook dat maakt de snoekbaars nieuwsgierig.

Het haken van een vis met zwaardere loodkoppen zou meer missers veroorzaken, zo hoor je nog wel eens. Natuurlijk, een licht visje gaat door middel van het vacuüm zuigen makkelijker naar binnen bij de snoekbaars dan één van een zwaarder kaliber, maar we moeten dit niet overdrijven. Het zou betekenen dat een voorntje van bijvoorbeeld 30 gram zijn leven niet zeker is, maar zijn broertje van 40 gram in alle rust een snoekbaars zou kunnen naderen. Het uitspugen van een zwaarder aasje, als de snoekbaars merkt dat er iets niet klopt, gaat zelfs een stuk moeilijker dan bij een licht aasje. En dat is mooi meegenomen.


De bek van een snoekbaars kan flink wat verstouwen…


… Maar zorg wel voor een soepele shad die kan dubbelvouwen.

Wat de presentatie betreft: deze heb je zelf in hand. Als je de shad de vrijheid geeft om zelf zijn weg naar de bodem te bepalen, dan zal de zwaardere shad dit zonder omweg recht naar beneden doen. Maar omdat je dichter bij de boot vist, heb je hier een betere controle over en kun je de glijvlucht sturen door de hengeltop na een beweging hoog te houden en langzaam terug te brengen naar de beginstand.

Werpend vissen
Deze technieken zijn juist in deze periode van het jaar succesvol als het gaat om de wat grotere snoekbaars. Ook bij het werpend belagen van snoekbaars met shads is de loodkop de sensor die de hengel, en daarmee de visser, doorgeeft wat hij aan het doen is. Er zijn diverse technieken bij deze visserij, waarbij het optikken en weer laten dalen naar de bodem als meest gebruikte techniek geldt. Met deze techniek kun je uiterst langzaam en precies een stek uitvissen. Zolang er nog aasvis op de ondieptes rondscharrelt, mag vooral de grotere snoekbaars deze ondiepe platen graag bezoeken.

Het uitwerpen van de stekken houdt automatisch in dat je verder van je af vist om de snoekbaars niet te verschrikken. Door deze afstand heb je minder controle over je shad dan bij het verticalen of diagonalen. Nadat het rubber de bodem heeft bereikt, tik je het op door de hengel van een 10 uur stand naar een 12 uur stand te brengen. Na dit optikken breng je de hengel weer terug naar de startstand en tegelijk spoel je lijn op om lijnspanning op de shad te houden. Een lichte loodkop zal de shad na het optikken op een vrij natuurlijke glijvlucht naar de bodem terugbrengen.

Omdat de snoekbaars in deze periode totaal niet vies is van een wat grotere shad van 15 cm, is een loodkop van 10 gram mogelijk, mits de techniek en ervaring, in combinatie met topmateriaal, 100% is. Maar ook hier geldt dat registratie van wat je doet het allerbelangrijkste is. Heb je geen gevoel met deze 10 gram? Ga dan gerust in gewicht omhoog tot je wel gevoel hebt. Een voordeel van dit hogere gewicht -buiten het wat sneller kunnen vissen om de snoekbaars op te sporen- is dat je de schoepstaart die tijdens het dalen als een soort parachute werkt, aan het draaien krijgt. Met een te lichte loodkop komt de staart vaak niet in beweging. Ook zal bij een hoger gewicht de shad direct naar de bodem gaan, terwijl een lichte combinatie bij een redelijke wind ver kan afdrijven.


Een vis van 100cm onder een heerlijke oktoberlucht.

Om een wat zwaardere loodkop toch een redelijke glijvlucht te geven is een wat dikkere Dyneemalijn een goed hulpmiddel, juist door de grotere weerstand. Een gekleurde lijn en dan het liefst één die afwisselend van kleur verandert zoals de Berkley Fireline Tracer Braid, helpt je bij het registreren van bodemcontact en een aanbeet. Ook voor deze techniek heb je wat ervaring nodig en een andere techniek kan daarbij helpen. Met deze techniek, die ik gemakshalve ‘stop and go’ noem, hoef je niet de slapgevallen lijn (die na een opwaartse tik is ontstaan) op te winden.

Na het uitwerpen laat je het setje naar de bodem gaan. Dit mag voor een optimaal gevoel gerust weer met een wat zwaardere loodkop zijn. Door te starten met binnendraaien en de hengel op een 10 uur stand te zetten, zal het shadje zich -afhankelijk van de indraaisnelheid- losmaken van de bodem. Door nu telkens om de zoveel slingeromwentelingen te stoppen met indraaien, zakt het kunstaas weer naar de bodem. Bij deze kortere bodemafstand zal de shad niet als een dieptebom terug naar de bodem vallen, omdat de lijn op spanning blijft. Het is een soort spinvissen waarbij je af en toe bodemcontact zoekt. Vanuit deze eenvoudige, maar effectieve techniek kun je goed doorgroeien om je gevoel te ontwikkelen.

Doppelkopf
Een andere techniek die bij onze oosterburen veel wordt beoefend, is het gebruik van de zogenaamde ‘dubbelkop’ (Doppelkopf) montage. Door gebruik te maken van twee koppen in plaats van één massief loodgewicht zal het geheel langzamer afzinken. Ook bij het tegen de wind in werpen, is dit een uitstekend systeem om je aasje snel te verzwaren. Deze speciale koploodjes heb ik van het merk Profiblinker, maar ze zijn ook gemakkelijk zelf te maken. Zorg er wel voor dat de twee gewichten gelijk zijn om de balans optimaal te houden. Verder kun je hier weer diverse technieken mee uitvoeren, waarbij de afzinkfase erg belangrijk blijft.


De Doppelkopf montage vertraagt de val van de shad enigszins.


Soepele shads voor werpende snoekbaarstechnieken, zoals de 15 cm lange Wobshad.

Door het ‘gebroken’ gewicht wordt de shad ook dieper naar binnen gezogen, zodat een enkele haak meestal volstaat om de vis te haken. Zoals al eerder vermeld, is de soepelheid van de shad bij deze werptechnieken erg belangrijk. Ten eerste moet je het rubber ‘aan de praat’ krijgen -denk aan de parachute-effect- maar ook bij het uiterst langzaam binnendraaien, moet er leven in de shad zitten. Tevens zal een wat groter rubber bij het naar binnen slurpen gemakkelijk dubbel moeten klappen om de haak naar binnen te krijgen.

Een soepele shad met een goede staartactie is bij groot rubber dan ook een duidelijk voordeel. Ga je dit najaar dus met shads achter de snoekbaars aan, zorg dat de balans van je combinatie in evenwicht is en denk eraan dat je bij de bodem de meeste kans op vis maakt. Welke techniek je ook toepast, kies naast de juiste shad ook het juiste loodkopgewicht en bedenk dat je naast ‘te zwaar’ ook ‘te licht’ kunt vissen.

Berthil Bos

ANDEREN LAZEN OOK

image description
Speed of Slowmotion: deel 3
Willem Moorman -
image description
Speed of Slowmotion: deel 2
Willem Moorman -