De drie jaargetijden aan het Oostvoornse meer (deel 1)


Door Rob Kraaijeveld



Langzaam verdwijnt de zon achter de horizon. “Links van je Rob, ongeveer een meter of vijf voor de opening” zegt Remko, mijn vismaat deze avond. Ik kan nog net zien hoe een kleine kring een metertje of vijf voor de opening van de strekdam langzaam oplost. Met een paar valse worpen probeer ik snel mijn vliegenlijn op lengte te krijgen. Ik zie het kleine epoxy streamertje een meter of twee naast de verdwenen ring in het water ploppen. Snel begin ik te strippen.

Nog geen tel later zie ik een boeggolf verschijnen, daar waar ongeveer mijn streamertje moet zijn. Tegelijkertijd voel ik een ruk en sla aan. Met een sneltreinvaart vliegt de regenboogforel ervandoor, komt twee keer het water uit en neemt een run van minstens een meter of dertig. Ik probeer de vis op de reel te drillen. Maar als-ie met een bloedgang op mij afkomt, kan ik het niet meer bijhouden en moet ik de vliegenlijn snel binnenstrippen om hem voor te kunnen blijven. Na nog een paar korte runs kan ik de vis na een minuut of vijf landen, en een prachtige regenboogforel is mijn deel.


Oostvoornse winterforel voor Rob


Taaie visserij

Is het dan zo makkelijk aan dat Oostvoornse meer? Ach, soms gaat het best makkelijk en kan je wel vijf of zes mooie forellen op een dag vangen, maar vaker is het een taaie visserij en mag je blij zijn met één of twee forellen. Het is afhankelijk van de tijd van het jaar waarin je vist. De titel zegt het al: ‘De drie jaargetijden aan het Oostvoornse meer’. Ik zal eerst wat vertellen over het meer zelf.

Het Oostvoornse meer is 233 ha groot met een gemiddelde diepte van 21 meter. Over een groot gedeelte van het meer zijn parallel aan de oever strekdammen aangelegd met om de vijftig meter een opening. De vis kan dus door die openingen het ondiepe water achter de strekdammen opzwemmen. Sinds 1984 zet de Hengelsportfederatie de Randstad hier forel uit. Vanaf 1994 is er een catch & release-beleid waar streng op toegezien wordt. Het water is opgenomen in de Grote Vergunning. Er geldt een gesloten tijd van 15 oktober t/m 14 december.


Winter

Om 5.30 uur schrik ik wakker van de wekker die afgaat, duf stap ik uit bed. Je moet wel gek zijn om zo vroeg te gaan vissen, denk ik slaperig. Maar het is 15 december en het seizoen aan het Oostvoornse is weer open! Na een paar mokken koffie ben ik klaarwakker. Ik ben benieuwd of we wat kunnen vangen, en ook of het druk zal zijn. Mijn hengels, het neopreen waadpak en mijn vliegvisvest heb ik de avond tevoren al in de auto gelegd. Na wat te eten klaargemaakt te hebben, rijd ik naar Remko. Daar laden we snel de spullen achter in de auto. “Benieuwd of ze het zullen doen”, zegt Remko. “Waar zullen we beginnen?” vraag ik. We nemen het besluit om aan de korte kant te starten, een van de weinige plekken aan het meer waar geen strekdammen liggen, en waar de vis ‘s morgens vroeg in donker vanuit het diepere water de ondieptes opzoekt - wat ze trouwens op veel meer plekken doen.


Schietkoplijn

Bij de parkeerplaats aangekomen tuigen we snel onze hengels op. Een tip: laat zo weinig mogelijk spullen in de auto liggen want er zijn lieden die niet van andermans spullen af kunnen blijven, je bent dus gewaarschuwd.


Goede winternimf van hertenhaar De hengels die wij in de winter gebruiken zijn zeer strak. Persoonlijk vis ik nooit zwaarder dan met een # 6 vliegenlijn, maar meestal met een # 5. Natuurlijk zijn er ook mensen die altijd met een # 7 of een # 8 lijn vissen.Die vinden dat een # 8 lijn makkelijker inwerpt in verband met de wind. Maar er is altijd wel een plekje te vinden waar je niet tegen de wind in hoeft te werpen. Een # 5 lijn heeft als voordeel minder weerstand onder water dus vis je ook weer gevoeliger. In de winter als het water koud is kun er wel vanuit gaan dat de vis 90 % van de tijd in de buurt van de bodem aast. In de winter moet je dus negen van de tien keer je vliegen zo dicht mogelijk bij de bodem aanbieden. Als lijn gebruik ik meestal een schietkoplijn, met daarachter een dunne volglijn een zogenaamde ‘level lijn’, gevolgd door honderd meter backing. Anderen zweren bij een Teeny lijn, daar werp je ook lekker ver mee. Maar persoonlijk vind ik schietkoplijnen prettiger werpen en bovendien zinken ze gelijkmatiger af, maar dat is ieders persoonlijke smaak. Aan de binnen kant van de strekdammen waar het water betrekkelijk ondiep is gebruiken we ook wel de langzaam zinkende glaslijnen, en soms ook een drijvende lijn met een lange leader en een licht verzwaarde nimf. (einde deel 1)