image description

De Allrounder : Geen alcohol drinken = meer vis?

Het zat al een paar jaren in mijn hoofd om eens te kijken als uit het BOB-cadeautje van de politie een goed drijvende vlieg kon worden gemaakt. Voor niet-Belgen zal het wel minder bekend zijn, maar als je een alcoholcontrole “groen” doorkomt, dan krijg je hier te lande een BOB-sleutelhanger mee.

Ik was dus eigenlijk blij dat ze me eens aan de kant zetten om een test te laten ondergaan. Ik was 100% nuchter, dus kreeg ik de bewuste sleutelhanger mee.


BOB sleutelhanger

Die is gemaakt uit een erg stevige soort foam dat toch erg licht is. Ideaal is het dan als er een voormiddag voorspeld wordt met erg veel regen. Terwijl ik in mijn hoofd al een bindwijze aan het samen denken ben, worden de bindspullen opgediept. Vooral het op een economische manier van verknippen van het foam wil ik goed uitzoeken. Ik heb maar 1 zo’n sleutelhanger, dus het moet liefst direct goed zijn.

Het patroontje zelf houd ik op de keverimitatie waarmee ik al heel erg succesvol ben. Deze is van oorsprong een patroontje uit het aanbod van “Perfect Flies”, en voldoet erg goed. Ze worden vlot als natuurlijk aas herkent, en naast karper ving ik er al roofblei, winde, giebels en ruisvoorn op. Het model lijkt echter ook behoorlijk goed op de pellets waarmee ik graag de vissen naar de oppervlakte lok, en dat is een pré. Andere vliegen worden soms minder bekeken eenmaal je met dat drijvende lokaas bent beginnen voeren. De vis aast dan bijna echt alleen op die lekker geurende hapjes.

Daarom ga ik voor weer diezelfde vorm, maar nu in dit felgeel. Het is namelijk zo dat met de leeftijd mijn ogen er zeker niet op vooruit zijn gegaan. Waar ik vroeger genoeg had aan een stukje drijvende nylon van 8°° als beekverklikker, zie ik op wat afstand zelfs geen 30° meer drijven.  

Dat onzichtbaar worden gaat deels ook op voor die zwarte keverimitaties, al hebben ze nog een oranje-roze schildje. Bij een worp van zowat 15 mm gaan ze volgens mijn ogen op in het water, en dat is niet bevorderlijk om het juiste tijdstip te kiezen voor de aanslag. De karpers kennen dit “grapje” ondertussen al behoorlijk goed, en spuwen maar al te graag het nep-aas vliegensvlug uit, kort nadat ze merken dat weer in het ootje zullen worden genomen. Ik hoop dat ik deze gele keverversies beter zal zien drijven.

Na wat knutselwerk heb ik erg zuinig een paar simpele vliegen gebonden. Ik bedenk plots: als ik deze vliegen beter kan zien op het water, dan zou geen alcohol drinken mij meer vis in het net brengen    


Productief binduurtje

De zon wint het in de namiddag van de wolken, en doet dat de volgende dag opnieuw met nog hogere temperaturen. Prima weer dus om snel even op de fiets te gaan checken als er vissen hoog liggen. Hier en daar liggen donkere vlekken dicht tegen het wateroppervlak aan, en al zijn ze helemaal niet actief, het lijkt me toch de moeite waard om er een visuurtje aan te spenderen. Sneller nog dan in de heenrit spoed ik me terug. Toch is het sterk kloppende gevoel in mijn borstkast niet alleen vanwege de snelle fietstocht. Ik grabbel uit diverse kasten het één en ander samen, zwier het in de auto (het moet nu nog rapper gaan     ) en schiet me terug naar het water. Behoedzaam stap ik daar langs de over, en bemerk een samengeklit groepje vissen nabij een opkomende leliënbed.


Een aantal mogelijke slachtoffers.

Snel wordt de hengel in elkaar gezet, de leader nagezien en een BOB-vlieg er aan vast geknoopt. Mijn eerste worp is die als van een beginner, ik wijd hier niet verder op uit; we houden het op de nervositeit. De volgende worp is al niet veel beter, want mijn lijn ligt helemaal niet gestrekt. Aan de overkant van het water zit iemand met de vaste stok te vissen, en al kan hij mijn worpen waarschijnlijk niet beoordelen van zo ver, toch voel ik wat schaamtegevoel opkomen.

Dit gevoel wordt nog vele malen sterker als ik een worp later mijn vlieg vakkundig hoog in de spar achter me vastzet. Ik durf zelfs niet te kijken als de man dit heeft gezien. Gelukkig kan ik mijn vlieg redden, en ik dwing me tot kalmte. Vanaf nu lopen verdere worpen naar wens. De vissen verleiden lukt me echter niet, ze bekijken mijn aasje niet eens. Ik wil nog niet direct voeren, en stap wat verder door. Op de oever waar de wind alle drijfvuil samen blaast, zie ik regelmatige kleine ringen. Het blijken giebels te zijn die het stuifmeel van de nabije bloesemende bomen proberen naar binnen te happen.


Deze boom zorgt niet alleen voor voedsel voor de ogen

Ik sluip naderbij en geniet eerst wat van het showspel. Uit ervaring weet ik dat een korstje brood deponeren in de buurt van deze happende bekken, zowat 100% zekerheid biedt op een aanbeet, maar dat is vandaag niet de bedoeling. Voorzichtig leg ik mijn gele kever dichtbij de “slurper”, al geef ik mezelf niet veel kans. Mijn hap ruikt naar niets en zal helemaal niet opvallen tussen de rest van het drijvende materiaal. Waar ik voor vreesde komt uit: Vele minuten later is de giebel al een aantal keren pal bij mijn hapje geweest, maar heeft er niet de minste interesse voor. Dit is puur tijdverlies, ik voel zelfs mijn vangstdrang wegebben.

De vis wekt echter wel een andere drang op: ik ga hem van zo dicht mogelijk proberen te fotograferen. Dit is zeker ook zo spannend. Vele keren klikt de camera, maar even vaak is de klik net te laat of net te vroeg. Een aantal pogingen bieden wel resultaat.


Een “klik” op het juiste moment.

Een ferme plons wat verderop doet de vangstdrift echter weer ontwaken. Een V-spoor doorkruist het wateroppervlak, dat lijkt me een behoorlijk vis. Hij zwemt niet snel, dus is hij zeker aanwerp-baar. Mijn kevertje valt net iets teveel over hem naar mijn gevoel, maar de vis gaat toch kijken wat voor iets dat daar een plopje veroorzaakte. Een korte twijfeling eenmaal de vis er net onder ligt, maar dan komt een dikke bovenlip uit het water. In die korte tijdspanne is mijn adrenalinepomp opgedreven tot 100%. Mijn bloed bonkt al in mijn slapen als ik de aanslag inzet. Die is raak en de hengel gaat gelijk goed rond. Alsof iets in het water ontploft, knalt de vis er vandoor. Direct begint de slip te ratelen. Het geluid wordt luider bij elke versnelling van de vluchtende karper. Ik schat hem op dik 70cm, en zet me al schrap voor de lange dril. Plots zwiept mijn hengel recht. Ik snap niet goed waarom dit nu gebeurde, lijnbreuk misschien???  Dat blijkt echter niet het geval, maar ik baal er niet minder door. De vis werd blijkbaar slecht gehaakt, niets aan te doen.
De zon houdt het zowat voor gezien, en het aantal hoog zwemmende vissen wordt gelijk veel kleiner. Ik besluit alsnog om wat te voeren. Hiervoor geloof ik ondertussen heel erg in de drijvende X-panders van Bait-Tech. Ik geef toe dat hondenbrokken en kattenbrokjes ook vis lokken, maar lang niet zo snel en hevig als dit voor de vissen ontworpen aas.


Ik geloof er heilig in

Tien minuten later kruisen een tweetal giebels door de waterspiegel op zoek naar het lekkers. Ik kan ze een aantal keren goed aanwerpen, maar verder dan 1 twijfelende vis onder mijn ‘geeltje’ geraak ik niet. Een half uur later heb ik wel al op één aanbeet mis geslagen, maar die kwam zo twijfelend dat ik bij de aanslag al vermoedde dat het mis zou zijn. Wat is dat nu, willen ze geen geel? Ik wil dit uitzoeken en knoop er de originele zwarter kever aan. Bij de eerste presentatie al grijpt een giebel toe, dit keer zonder de minste argwaan. De dril is fel, maar de vis is te klein om het gevecht lang te laten duren.


De eerste komt binnen

Eén kan simpelweg toeval zijn, dus erg benieuwd gooi ik een volgende vis aan. Die komt kort onder de kever hangen, om zich dan voorzichtig te laten wegzakken. Hmm, die slimmerd heeft het spelletje door. Wat verderop zie ik hem terug in de oppervlakte komen. Ik gooi netjes in zijn zwemlijn. Resoluter dan daarnet gaat hij voor mijn drijvende hapje. Zijn bovenlip doorbreekt het wateroppervlak, maar dan knalt hij toch schichtig weg. Waarschijnlijk merkte hij net op het laatste moment toch de 14°° nylon op. Aan het gedrag van de andere vissen te zien, werden ze door deze plons gewaarschuwd dat er iets loos is. Ze blijven allen dieper liggen. Ik voer wat pellets bij. Al gauw wordt weer vlot geslurpt.

Net tussen twee pellets in zet ik mijn vlieg neer. Een niets vermoedende vis hapt in de buurt naar alles wat drijft. Tussen de twee pellets in kiest hij voor mijn aasje. Ik zie hem schrikken als hij het naar binnen zuigt, maar het is al te laat, ik zette al de haak. De giebel gaat niet akkoord en verzet zich hevig. Nu en dan doorbreekt hij hierbij de waterspiegel.


Hevig verzet

Telkens als het net in zijn buurt komt gaat deze vis er weer hard vandoor, maar uiteindelijk moet hij toch opgeven. Terwijl ik de vis schep zie ik uit mijn ooghoeken links een deining pal tegen de oever. Daar dreven een paar pellets af, en de geur ervan heeft een vis van de bodem weg gelokt. Ik vind het altijd superspannend om pal voor mijn voeten te jagen op zo een “oever-jutter”. Lang hoef ik er niet op te vissen om succes te hebben. Even later mag ook hij fotomodel spelen.


De oever-jutter

Het gaat vlot nu. Is dit echt alleen al omdat mijn aasje nu niet geel is? Ik schakel toch weer over naar een “BOB-kever”; ik wil zekerheid. Het is nu echter niet anders dan in het begin; ik krijg geen aanbeten meer. Hoe komt dit nu? Terwijl ik terug overschakel naar de zwarte versie leg ik ze even naast elkaar. Tja, die gele versie is toch wel een stuk groter dan de originele. Misschien is dit hapje net te groot voor een giebelbek, of merken de gele kleur te goed op? Voor de zichtbaarheid is dit geel zeker wel een verbetering. Zelfs bij erg verre worpen valt dit nog prima op. Hmm, de onderkant bruin of zwart maken met een viltstift, en net wat kleiner binden zal moeten bewijzen als dit de oorzaken zijn. Dat is voor een volgende keer. Nu wil ik er nog ééntje vangen.

Ik zag al een paar keren een wat groter exemplaar komen happen. Die zou ik graag aan de haak krijgen. De vis blijft echter nooit hoog zwemmen. Na het wegzuigen van een pellet duikt hij telkens onder, om pas een tijd later, en op een gans andere plaats weer boven te komen voor één brokje. Toch richt ik me zo goed als mogelijk op die vis. Als hij net naast een lelieblad begint te happen naar alles wat daar tegen drijft, ruik ik mijn kans. Ik sta blijkbaar echter net wat te hevig. Mijn foam-hapje plopt veel harder dan ik wil op het lelieblad. De vis schrikt en blijft doodstil liggen. Zolang hij niet wegduikt heb ik nog een kans. De tikker in mijn borstkast draait al weer overuren.

Dan beginnen vissenlippen weer voorzichtig te happen. Zacht trek ik mij kevertje van het blad. Net als het in het water komt, wordt het opgemerkt, en direct weggezogen. Onmiddellijk sla ik aan, en zet gelijk behoorlijk wat kracht. De vis moet kost wat kost van de lelies weg. Dat lukt echter niet, de vis is te sterk. Terwijl de reel ratelt schiet de giebel door de leliestengels. Gelukkig voor mij doet hij aan luchtacrobatie en springt hij tussen de bladeren door hoog op. Door de spanning op mijn vliegenhengel wordt de vissen bij het terugvallen in de richting “uit de lelies” getrokken. Van zodra hij nu weer wegspurt schiet hij eigenlijk het leliënbed weer uit. YES, dit is mijn kans.


Weg spurtend van de lelies.

Ik zet matig druk in de richting van het leliënbed. Instinctief zwemt de vis daarom in de andere richting. Ik stap rustig met hem mee, maar houdt de druk. Als de vis dan zijn fout inziet, en terug wil, heb ik ondertussen al veel meer ruimte om hem weg te houden van het gevaar van het plantenbed. Zijn beste krachten zijn ondertussen verspild, en al wil hij naar de reddende stengels, de kracht van mijn hengel weerhoudt hem daarvan. Een tijd later kan ik hem scheppen.


Veilig in het net.

Het is een pracht van een giebel! Niet alleen vanwege zijn formaat, maar zeker ook vanwege zijn kleur. Ik houd dit specimenexemplaar langs mijn schepnetsteel waar de afmeting op af te lezen is. Daarop is te zien dat de vis negenenveertig cm lang is, en dat is voor deze soort echt wel een best exemplaar!!! Zijn totale uiterlijk bevalt me echter wel Hij heeft eerder de kleuren van een ruisvoorn, maar dan zonder de knalrode vinnen. Een aantal keren klikt de camera voor ik de vis voorzichtig terug in het water zet.


Prachtig exemplaar!!

Ik houd er nu mee op, ik ben voldaan; al knaagt het wel wat dat ik met mijn gele versie niets kon vangen. Toch heeft dit ook een voordeel: ik moet het niet laten om vanavond een goed glas te drinken, want voorlopig brengt niets drinken mij toch nog niet meer vis op.   

Bart Debaes

ANDEREN LAZEN OOK

image description
Poldersnoek, uniek en ontembaar: Deel 12
Willem Moorman -
image description
Zicht op zeebaars : december baars
Willem Moorman -